Uitvaartbegeleider: ‘Goede nazorg na suïcide is ook preventie’
“Na een overlijden door suïcide begint het voor veel mensen pas echt ná de uitvaart,” zegt uitvaartbegeleider Daniëlle Arentsen. In haar werk begeleidt ze regelmatig nabestaanden die achterblijven met intens verdriet, schuldgevoel en vragen zonder antwoord. Juist in die stille periode ziet zij hoe belangrijk goede nazorg is.
Arentsen werkt als zelfstandig uitvaartbegeleider en begeleidt regelmatig families die te maken krijgen met suïcide. In die gezinnen ziet ze hoe anders deze vorm van verlies is. “Het verdriet is niet groter of kleiner dan bij andere overlijdens, maar wel complexer. Schuldgevoel, schaamte en boosheid kunnen allemaal tegelijk aanwezig zijn.”
Kwetsbare nabestaanden
Nabestaanden van mensen die door suïcide overlijden vormen een kwetsbare groep. Zij lopen een verhoogd risico op psychische klachten en suïcidale gedachten. Veel mensen ervaren dat het moeilijk is om over suïcide te praten. De omgeving weet vaak niet wat te zeggen en mijdt het onderwerp, waardoor het verlies onbesproken blijft.
“Dat maakt rouw extra ingewikkeld,” zegt Arentsen. “Mensen blijven achter met vragen als: heb ik iets gemist? Had ik het kunnen voorkomen? Als die vragen blijven ronddwalen in je hoofd, kan dat heel eenzaam voelen.”
Geen vast draaiboek
Volgens Arentsen vraagt deze vorm van verlies om een andere benadering dan bij een overlijden door ziekte of ouderdom. “Er bestaat geen vast draaiboek. Iedere familie reageert anders. Je kunt denken dat je weet hoe rouw eruitziet, maar dat klopt vaak niet. Daarom probeer ik altijd blanco binnen te stappen: wat hebben deze mensen nú nodig? Dáár gaat het om.”
Hoewel een uitvaart meestal binnen een week plaatsvindt, stopt haar betrokkenheid daar niet. Nazorggesprekken zijn een vast onderdeel van haar werk. “Na elke uitvaart neem ik contact op. Gewoon om te vragen hoe het gaat en of ik nog iets kan betekenen.”
De stilte na de uitvaart
Volgens Arentsen komt de impact van het verlies vaak pas later. “Tijdens de uitvaartweek is er veel te doen en te beslissen. Daarna valt die structuur weg. Juist dan kan het gemis echt binnenkomen.” Nazorg draait voor haar niet om afsluiten of ‘verwerken’. “Je verwerkt het niet, je verweeft het in je leven.”
In die periode kan ook nieuwe problematiek ontstaan. “Je merkt soms dat iemand slecht slaapt, vastloopt in schuldgevoel of de grip kwijtraakt,” zegt Arentsen. “Ik ben geen hulpverlener, maar ik kan wel signalen benoemen en samen kijken wat helpend kan zijn. Soms is doorverwijzen naar de huisarts of andere ondersteuning nodig.”
Nazorg en preventie
Volgens GGD Noord- en Oost-Gelderland is ook de fase na de uitvaart belangrijk. Door alert te zijn op signalen en mensen tijdig te begeleiden naar passende ondersteuning, kan verdere problematiek worden voorkomen. Nazorg is daarmee niet alleen belangrijk voor nabestaanden, maar raakt ook direct aan preventie.
De vertrouwensband die in korte tijd ontstaat tussen uitvaartondernemer en nabestaanden speelt daarbij een grote rol. “Soms is het al helpend om te weten dát je nog mag bellen,” zegt Arentsen. “Dat gevoel van nabijheid kan veel betekenen.”
Extra aandacht voor kinderen
Als er kinderen bij betrokken zijn, is Arentsen extra alert. “Ik bied altijd aan om bijvoorbeeld mee te denken over hoe school geïnformeerd kan worden. Vaak doen leerkrachten dat heel zorgvuldig, maar soms helpt het als iemand van buitenaf woorden geeft aan wat er is gebeurd.”
De rol van uitvaartondernemers in nazorg staat centraal tijdens een bijeenkomst voor uitvaartondernemers op 16 april, georganiseerd door GGD Noord- en Oost-Gelderland. Tijdens deze bijeenkomst delen professionals ervaringen en staan zij stil bij hun rol in de periode na een overlijden door suïcide.
“Uitvaartondernemers staan in die eerste weken heel dicht bij nabestaanden,” zegt Arentsen. “Juist daarom kunnen zij, naast het organiseren van de uitvaart, ook van betekenis zijn in wat daarna komt.”
Zelfmoordpreventie
Lees wat jij kunt doen als je je zorgen maakt over jezelf of iemand anders, waar je hulp kunt vinden.