Calamiteitentoezicht

Een calamiteitenonderzoek is nodig om te achterhalen hoe en waarom een gebeurtenis heeft kunnen plaatsvinden, zodat vervolgens (mogelijke) verbeteracties genomen kunnen worden om de kwaliteit te verbeteren. Het onderzoek staat in het teken van leren, zodat de kans op herhaling wordt verkleind en daarmee de ondersteuning verbetert. In het onderzoek gaat het erom of iets vermijdbaar is, niet om of het verwijtbaar is. 

GGD Noord- en Oost-Gelderland voert deze toezichthoudende taak uit voor de gemeenten Aalten, Apeldoorn, Berkelland, Bronckhorst, Brummen, Doetinchem, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Lochem, Montferland, Nunspeet, Oldebroek, Oost-Gelre, Oude IJsselstreek, Putten, Voorst, Winterswijk, Zeewolde en Zutphen.

Aanbieders zijn op grond van artikel 3.4 Wmo 2015 verplicht om calamiteiten en geweldsincidenten te melden aan de toezichthouder Wmo. Alle calamiteiten en geweldsincidenten moeten na constatering binnen 3 werkdagen gemeld worden bij de toezichthouder Wmo.

Wmo toezicht is gericht op kwaliteitsverbetering. Naar aanleiding van de melding kan de toezichthouder Wmo de aanbieder adviseren of stimuleren tot het nemen van verbetermaatregelen. Dit levert een bijdrage aan de kwaliteit voor in de toekomst.

Calamiteit: een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis die betrekking heeft op de kwaliteit van een voorziening, en die tot een ernstig schadelijk gevolg voor een cliënt of de dood van een cliënt heeft geleid.

Geweldsincident: Lichamelijk of geestelijk geweld of ontucht jegens een cliënt door een beroepskracht of een vrijwilliger die werkzaam is onder verantwoordelijkheid van een professional dan wel door een cliënt met wie de cliënt gedurende het etmaal of een dagdeel in een accommodatie van de aanbieder verblijft of daar buiten (bijvoorbeeld bij ondersteuning in de thuissituatie)

Omdat direct na het plaatsvinden van de gebeurtenis niet altijd duidelijk is of dit betrekking heeft op de kwaliteit van zorg, dienen de volgende gebeurtenissen altijd gemeld te worden:

  • Elk onverwacht en onbedoeld overlijden van een cliënt;
  • Elke suïcide(poging) van een client;
  • Een gebeurtenis die heeft geleid of kan leiden tot ernstig en/of blijvend letsel bij een cliënt;
  • Een gebeurtenis die heeft geleid of kan leiden tot ernstig geestelijk lijden van een cliënt;
  • Ernstig grensoverschrijdend gedrag: fysiek, psychisch en/of seksueel door hulpverleners of andere cliënten.

De toezichthouder neemt na de melding contact met de aanbieder op en beoordeelt of er aanleiding bestaat de gebeurtenis nader te onderzoeken. Vervolgens zijn er 3 mogelijkheden:

1. de toezichthouder sluit de melding af, bijvoorbeeld wanneer er geen relatie is tussen de gebeurtenis en de kwaliteit van het handelen van de aanbieder;

2. de toezichthouder laat de aanbieder een zelfonderzoek doen naar de gebeurtenis. De toezichthouder beoordeelt daarna het uitgevoerde zelfonderzoek;

3. de toezichthouder verricht zelf onderzoek naar de gebeurtenis.

Tenslotte stelt de toezichthouder Wmo de aanbieder en de gemeente op de hoogte van de bevindingen.

Andere toezichthoudende instanties

Heb je als Wmo aanbieder cliënten onder je hoede vanuit een andere financieringsvorm (bijvoorbeeld de jeugdwet, de wet langdurige zorg of de zorgverzekeringswet)? Is er sprake van betrokkenheid van één of meerdere van deze cliënten? Doe dan ook een melding bij de relevante toezichthoudende instantie (bijvoorbeeld de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).

Melding

Melden van calamiteit of geweldsincident

Nu melden

Vragen

Wij helpen je graag verder. Bel ons op 088 443 32 21 of stuur een e-mail naar wmo@ggdnog.nl.