Wat doet een forensisch arts?

De dienstdoende forensische artsen werken op de grens van wetshandhaving en geneeskunde. Naast specifieke medische kennis, moeten ze ook kennis hebben van (de toepassing van) wettelijke regelingen. Meestal worden de werkzaamheden gedaan op verzoek van politie en justitie. De artsen die in de 24-uursdienst meedraaien worden ook wel 'gemeentelijk lijkschouwer' of 'politieartsen' genoemd. De forensische artsen werken wel onafhankelijk en zijn niet in dienst van de politie, maar in dienst van de GGD. Veel werkzaamheden hebben te maken met medische zorg aan arrestanten en uitwendige lijkschouw. Ook bloedafname in verband met de verkeerswetgeving (bij rijden onder invloed) en letselbeschrijving na mishandeling wordt door de forensisch arts gedaan.  

De forensisch artsen bij de GGD houden zich bezig met:
Arrestantenzorg

Wie in een politiecel zit, mag om een arts vragen. De GGD-arts neemt dan de rol van huisarts over. Het komt ook voor dat de politie zelf een arts inschakelt.

Bijvoorbeeld als een arrestant onder invloed van alcohol en/of drugs is of als het bekend is dat hij of zij een ziekte heeft waarvoor een behandeling met medicijnen noodzakelijk is (zoals bijvoorbeeld astma, epilepsie, suikerziekte of drugsverslaving). Ook kan de forensische arts gevraagd worden om op het politiebureau te beoordelen of psychiatrische of andere hulp noodzakelijk is.

Lijkschouw

Als iemand overlijdt na een ongeval, euthanasie, een misdrijf of bij zelfmoord, is er sprake van een niet-natuurlijke dood. In al deze gevallen mag de behandelend arts geen overlijdenspapieren tekenen en wordt de gemeentelijk lijkschouwer ingeschakeld.

Deze is benoemd door de burgemeester. Ook als een behandelend arts twijfels heeft of zijn/haar patiënt wel aan een natuurlijke doodsoorzaak is overleden, moet hij of zij meteen een gemeentelijk lijkschouwer daarover informeren. De gemeentelijk lijkschouwer onderzoekt dan het lichaam (alleen uitwendig) en de omstandigheden rondom het overlijden. Dit gebeurt vaak samen met de politie/technische recherche. Op deze manier wordt de eventuele niet natuurlijke doodsoorzaak achterhaald en wordt het tijdstip van overlijden vastgesteld. Ook kan de arts de Officier van Justitie adviseren, bijvoorbeeld om een verzoek in te dienen voor een gerechtelijke sectie (autopsie) bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) in Den Haag. 

Bloedafname

Als iemand wordt aangehouden voor rijden onder invloed van alcohol of drugs, of medicijnen die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden, wordt de forensisch arts soms gevraagd om bloed af te nemen.

Op deze manier kan het gehalte aan alcohol, drugs of medicijnen bepaald worden. Bij alcohol gebeurt dat alleen als de blaastest (wettig bewijs) niet lukt, of als de ademanalyse niet kan worden uitgevoerd (bijvoorbeeld bij opname in een ziekenhuis vanwege letsel dat ontstaan is door het gevolg van een ongeval na rijden onder invloed). Als er materiaal afgenomen moet worden om een DNA-profiel te maken, kan de forensisch arts gevraagd worden om een uitstrijk te maken van het wangslijmvlies.

Letselbeschrijving

Bij geweldsmisdrijven vraagt de politie soms aan de forensisch arts om een beschrijving te geven van het aangetroffen letsel.

Die beschrijving kan gebruikt worden bij de opsporing en bij een eventuele rechtszaak. Dat kan zowel bij het slachtoffer, als bij de potentiële verdachten van het misdrijf gebeuren. 

Ook bij zedenmisdrijven vraagt de politie (alleen met toestemming van het slachtoffer) aan de forensisch geneeskundige om onderzoek te doen om sporen te verzamelen (veilig te stellen) en vastgestelde letsels te beschrijven. Hierbij wordt gebruikgemaakt van een door het NFI ontwikkelde Ondezoeksset Zedenmisdrijven.