Portier Milton: “Als gastheer voel ik me als een vis in het water”

Portier Milton: “Als gastheer voel ik me als een vis in het water”
Translate
×

Translate

Use Google to translate this website. We take no responsibility for the accuracy of the translation.
01-09-2021

Er zijn tijdens de coronacrisis een hoop mensen bij GGD Noord- en Oost-Gelderland aan de slag gegaan die hiervoor heel ander werk deden. Zo ook Milton: “Ik ben een horecatijger in hart en nieren en werk sinds februari 2021 als portier op de testlocaties.”

“Ik heb van a tot z alles gedaan in de horeca en ik vind het heerlijk om nu bij de GGD weer met mensen te werken, als gastheer voel ik me als een vis in het water, dat is waar ik goed in ben. Mijn werkdag begint met het openen van het hek en de deuren, ik log in op de laptop om te kijken hoeveel mensen er die dag komen. Ik ben meestal de eerste persoon die ze zien. Ik vraag om een legitimatie, controleer de gegevens en wijs ze de weg, maar het belangrijkste vind ik het om te peilen hoe iemand hier binnenkomt. Niemand heeft ‘zin’ in de test, maar sommige mensen zijn heel gespannen. Ik doe altijd mijn best om die spanning te doorbreken, ik maak even tijd voor een praatje en ik probeer het ijs te breken vóórdat ze naar binnen gaan. Als iemand toch erg nerveus naar binnen gaat, dan meld ik dat meestal even via de porto, zodat de testers het weten. Zij kunnen zo iemand dan met net wat meer aandacht opvangen en testen.

Een grote, volwassen kerel meldde zich bij mij. Hij sprak niet goed Nederlands en het had hem veel moeite gekost om een testafspraak te plannen. Hij kwam heel gestrest en zenuwachtig aan. Samen met de locatiecoördinator heb ik hem gerustgesteld en legden we hem alles rustig uit. Uiteindelijk vertrok hij na de test met een grote glimlach. Dat zijn de mooie momenten in mijn werk.  

Op persoonlijk vlak heb ik de stress en de spanning van corona om weten te buigen naar iets positiefs. Mijn vrouw en ik hebben een huis gekocht in deze regio. Ik kon niet stil zitten en de hele dag thuis zijn is niks voor mij, ik moet onder de mensen zijn en persoonlijk contact hebben. Dat vond ik bij de GGD. Mijn vrouw werkt thuis en ziet vooral mensen via het beeldscherm. Ik vind dat zo onpersoonlijk. Dit is een heel onpersoonlijke en eenzame periode voor veel mensen. Op mijn werk kan ik met een praatje, een vraag of een grapje een glimlach op iemands gezicht toveren. Dat doet mij goed, daar doe ik het voor.”