De omgeving waarin je woont, werkt en leeft heeft invloed op je gezondheid. Denk bijvoorbeeld aan luchtkwaliteit, schadelijk stoffen zoals asbest of kwik, maar ook aan tekenbeten en vocht en schimmel in huis. Je leefomgeving kan ook indirect van invloed zijn op je gezondheid door bijvoorbeeld stress door geluidhinder. Je kunt bij GGD Noord- en Oost Gelderland terecht voor informatie over milieufactoren die van invloed zijn op je gezondheid.

Kwik

Wat is kwik?

Kwik is een vloeistof met een zilveren kleur. Het is een metaal. Kwik zit in kwikthermometers, kwikbarometers en oude thermostaten. Als ze breken, zijn druppeltjes kwik te zien. Ook zit er kwik in lampen, zoals tl-lampen en spaarlampen. In deze lampen zit niet veel kwik. Daardoor zijn er geen kwikdruppels te zien als ze breken.

Kwik en je gezondheid

Als een apparaat kapot valt, kan de kwik eruit lopen of spatten. En kwik kan verdampen: er ontstaat kwikdamp. Wanneer je kwikdamp inademt, kun je meteen klachten krijgen:

  • hoesten, rillingen, koorts, hoofdpijn, kortademig
  • smaak van metaal in de mond
  • misselijk, braken en diarree,veel speeksel
  • zwak voelen.

Als mensen de kwikdamp lange tijd inademen, kunnen zij ernstige klachten krijgen. Het kwik kan het zenuwstelsel en de nieren aantasten. Daarom is het belangrijk dat je kwik goed opruimt. 

Hoe ruim ik kwik veilig en goed op?

De kleine druppeltjes kwik rollen soms meters weg van de plek waar het is gevallen. De druppels kun je moeilijk terug vinden. Belangrijk is dat je het kwik veilig opruimt. Hoe dat moet? Dat ligt aan waar het kwik in zit en op welke vloer het gevallen is. Het RIVM geeft duidelijke instructies voor het opruimen van kwik. 

Hoe voorkom ik problemen met kwik?

Heb je voorwerpen in huis waar veel kwik in zit? Wees voorzichtig! Voorkom dat ze breken. Lever ze in als klein chemisch afval. Gebruik in plaats van een kwikthermometer een digitale thermometer. In spaarlampen zit niet veel kwik. Daarom is het niet nodig om deze te verwijderen uit huis. 

Hitte

Het klimaat verandert langzaam maar zeker en daardoor zijn hittegolven eerder regel dan uitzondering. Dat is een reden om actie te ondernemen, want veel (oudere) mensen hebben flink last van hitte. Er is een nationaal hitteplan opgesteld door verschillende organisaties, hierin staan praktische tips die de gevolgen van hitte voor ouderen moeten verlichten. Zowel thuis als in verpleeg- en verzorgingshuizen.

Wie hebben vooral last van hitte?

Vooral ouderen (65+), kinderen en mensen met een long- of hartaandoening hebben last van hoge temperaturen. Bij hoge temperaturen koelt je lichaam voornamelijk af door verdamping van transpiratievocht. Daarom is het belangrijk om veel te drinken. Ouderen hebben een verminderde dorstprikkel, voor hen is het extra belangrijk om in de gaten te houden dat zij goed drinken.

Wat moet ik doen bij warm weer? 

  • Drink voldoende: 2 liter water per dag. Drink ook als je geen dorst hebt. Drink zo min mogelijk alcohol, dat droogt juist uit.
  • Vermijd inspanning: vooral tussen 12 en 16.00 uur, de warmste uren van de dag.
  • Blijf uit de hitte: blijf binnen of in ieder geval in de schaduw tussen 12.00 en 16.00 uur, de warmste uren van de dag.
  • Draag een hoed, zonnebril en lichte kleding.
  • Zorg voor koelte: Leg af en toe een koele handdoek in je nek, neem een koele douche of een koel bad. Laat de zonwering zakken of doe de gordijnen dicht van kamers die veel zon krijgen. Doe ook de ramen dicht als het buiten warmer is dan binnen (overdag) en zet ze open als het buiten koeler is ('s nachts en vroeg in de morgen).
  • Zorg voor elkaar : Steek een helpende hand toe als er in je omgeving ouderen of zieken zijn, die hulp nodig hebben
  • Laat kinderen nooit alleen achter in de auto, zeker niet bij hitte.

Gebruik je medicijnen of heb je een ziekte waarbij veel drinken juist niet mag? Neem dan contact op met je huisarts. Hij kan bepalen wat het beste voor je is.

Meer informatie?
Wij geven je graag meer informatie, bel ons tussen 9.00 tot 17.00 uur op: 088 - 443 30 00
Kijk ook eens op www.kwf.nl voor tips om verstandig te zonnen.

Koolmonoxide

Koolmonoxide is een onzichtbaar en geurloos gas. Je ziet en ruikt het niet, maar het is wél gevaarlijk. Jaarlijks overlijden in Nederland tien mensen aan koolstofmonoxidevergiftiging, zo'n honderdvijftig mensen belanden in het ziekenhuis. Koolmonoxide kan vrijkomen als een open haard, kachel of geiser niet goed werkt.

Als er koolmonoxide in huis vrijkomt, adem je dat in. Bij een kleine hoeveelheid ontstaan er meestal geen klachten. Bij het inademen van veel koolmonoxide, ontstaat een koolmonoxidevergiftiging. Dit is te herkennen aan:

  • hoofdpijn;
  • slaperigheid;
  • duizeligheid;
  • misselijkheid en overgeven;
  • hardkloppingen;
  • versnelde ademhaling;
  • verwardheid.

Bij het inademen van een grote hoeveelheid koolmonoxide is het mogelijk dat iemand buiten bewustzijn raakt en/of overlijdt. 

Hoe voorkom ik koolmonoxidevergiftiging?

  • Laat een geiser, centrale verwarmingsinstallatie en schoorsteen jaarlijks professioneel schoonmaken;
  • Zorg voor voldoende ventilatie in huis;
  • Uit onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid naar koolmonoxideongevallen blijkt dat 46% van de ongevallen gebeurt met een cv-installatie; het merendeel modern en goed onderhouden. Hang voor de zekerheid een koolmonoxidemeter op.

Onderzoeksraad voor Veiligheid

De Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft onderzoek gedaan naar ongevallen door koolmonoxide. Hieruit is gebleken dat 46% van de ongevallen gebeurt met een cv-installatie. Het grootste deel hiervan is modern en goed onderhouden. Ook periodiek onderhoud aan installaties vormt geen afdoende bescherming tegen koolmonoxideongevallen.

 

Klikhier voor het filmpje van de Onderzoeksraad voor Veiligheid: Koolmonoxide - Onderschat en onbegrepen gevaar

Eikenprocessierups

De eikenprocessierups is de larve van een nachtvlinder. In april en mei komen de rupsen uit hun eitjes. Na een tijdje komen de rupsen samen en vormen ze grote nesten op de stammen van eikenbomen. Deze nesten bestaan uit een dicht spinsel van draden, brandharen, vervellingshuidjes en uitwerpselen.

Gezondheidsklachten
Een eikenprocessierups heeft ongeveer 700.000 brandhaartjes op zijn lichaam. Ze zijn zo klein dat je ze niet kunt zien. Als je de rups aanraakt, dringen de pijlvormige brandharen makkelijk in je huid, ogen en luchtwegen. Het veroorzaakt binnen een paar uur klachten, zoals (hevige) jeuk, bultjes, blaasjes, roodheid en ontstekingen. Je ogen kunnen rood en dik worden en/of gaan ontsteken. Andere klachten zijn: een loopneus, kriebel in de keel, hoesten, moeilijk slikken en kortademigheid. Braken, duizeligheid, koorts en algehele malaise behoren ook tot de symptomen. De overlast van de brandharen van de rups start meestal in mei en loopt door tot en met augustus.

Wat kan ik eraan doen?
Heb je klachten? Voorkom dan dat de brandharen zich verder over je lichaam verspreiden. Strip je huid direct na aanraking met de haren met plakband. Spoel daarna je huid met lauw water. De brandharen krijg je niet gemakkelijk uit je kleren, je kleding wassen op 60ºC helpt wel.

Jeukklachten verdwijnen vanzelf binnen een paar dagen tot twee weken. Zalf op basis van mentrol verlichten de jeuk wel. Blijven je klachten langer bestaan, ga dan naar de huisarts. 

Hoe voorkom ik problemen?
Het is natuurlijk een open deur, maar vermijd contact met de eikenprocessierups. Je gaat in de lente natuurlijk niet fietsen met een coltrui, maar wees alert dat de rupsen in en rondom eikenbomen voorkomen. Zorg er ook voor dat kinderen weten dat ze de rupsjes niet mogen pakken.

Intensieve veehouderij

De landbouwontwikkelingsgebieden (LOG’s) en megabedrijven in de intensieve veehouderij krijgen zowel politiek als in de media veel aandacht. Omwonenden en maatschappelijke organisaties maken zich zorgen om de verstoring van het landschap, het dierenwelzijn en de gezondheid van omwonenden. Vanuit gemeenten of omwonenden ontvangt de GGD regelmatig de vraag of er mogelijke gezondheidseffecten zijn.

Risico’s op infectieziekten

Infectieziekten die van dieren op mensen overdraagbaar zijn heten Zoönosen. Dit kan bijvoorbeeld via direct diercontact, lucht, mest en voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong. Bij influenza kan een mens tegelijkertijd besmet raken met een menselijk en dierlijk virus. Daardoor kan een heel nieuw virus ontstaan. Dat kan een virus zijn waartegen (nog) geen weerstand bestaat en dat van mens op mens overdraagbaar is. In stallen met veel dieren dicht bij elkaar kunnen micro-organismen zich gemakkelijker verspreiden. Zeker in combinatie met slechte hygiënische omstandigheden. Hierdoor neemt het risico op infectieziekten toe.  

Risico’s van fijn stof, endotoxinen en geur

Naast zoönosen spelen stoffen zoals fijn stof en biologische agentia een grote rol bij gezondheidseffecten in de omgeving van intensieve veehouderijen. Ook geur is een belangrijke factor. Omwonenden van intensieve veehouderijen rapporteren vaker gezondheidsklachten dan normaal. Denk aan o.a. luchtwegklachten, irritatie van de ogen, stress, hartkloppingen, hoofdpijn, misselijkheid en aantasting van de stemming. Geurhinder veroorzaakt mogelijk een deel van deze klachten. 

Risico’s beheersen

Om zoönosen te voorkomen moeten bedrijven de kans op ziekteverwekkers verkleinen en verspreiding voorkomen. Dit kan door goede bedrijfsvoering en een stalontwerp. Voldoen aan milieuwetgeving betekent nog niet automatisch dat het gezondheidsaspect ook voldoende aandacht krijgt. De maatschappelijk afnemende acceptatie speelt een steeds grotere rol bij de discussie over het oprichten van megastallen in de omgeving.

Lees het standpunt van GGD GHOR Nederland: Acceptabele geurhinder bij ontwikkeling veehouderij

Meer informatie?

Onze medewerkers van het team Medische Milieukunde beantwoorden je vragen graag! Tel. 088 - 443 30 00.

Houtrook

Een houtkachel of open haard brengt sfeer in huis. Nadeel is dat een houtkachel of open haard veel meer verontreiniging verspreidt dan andere verwarming. In huis komen door het stoken meer schadelijke stoffen in de lucht, ook als het binnen niet rokerig is. Buitenshuis kunnen de schadelijke stoffen in de lucht blijven hangen, vooral bij windstil en mistig weer.

In huizen waar regelmatig hout wordt gestookt, hebben vooral kinderen een groter risico op luchtwegklachten. Voorbeelden zijn verkoudheid, astma, bronchitis en longontsteking. De rook van een houtkachel of open haard kan voor de omgeving veel overlast zorgen. Het is de belangrijkste bron van geurhinder in de leefomgeving. Vooral mensen met gevoelige luchtwegen, zoals mensen met astma, kunnen gezondheidsklachten krijgen door de laaghangende rook. Lees hier de 10 stooktips om overlast te voorkomen.

 Wat kun je zelf doen?

  • Ventileer altijd
  • Kies het juiste stooktoestel
  • Kies de juiste capaciteit
  • Laat het stooktoestel installeren
  • Gebruik de juiste materialen om te stoken
  • Kijk of het verbrandingsproces volledig is
  • Voorkom dat er koolmonoxide in de woning komt
  • Laat de schoorsteen regelmatig schoonmaken
  • Stook niet wanneer het windstil en mistig is om overlast te voorkomen

Rook van de buren

Hinder door houtkachels komt vaak door slecht stookgedrag. Heb je last van een open haard of houtkachel die in de omgeving gestookt wordt, ga dan eerst in overleg met de stoker. Vaak kan de overlast op eenvoudige wijze worden verholpen.

In het stappenplan lees je hoe je in deze situatie kunt handelen. Dit stappenplan is niet van toepassing bij rookoverlast door een bedrijf.

In de folder houtkachels, openhaarden en gezondheid staan ook adviezen voor de stoker hoe de overlast voorkomen kan worden.

Soms zijn grotere ingrepen noodzakelijk, bijvoorbeeld het verhogen van de schoorsteen of het aanpassen van het rookkanaal. Wanneer het gesprek aangaan niet mogelijk is of moeilijk verloopt, dan kun je buurtbemiddeling inschakelen. 

Als je er samen niet uitkomt, kun je contact zoeken met de GGD of de gemeente. Ondanks een zorgvuldige behandeling van een klacht door de GGD of gemeente lukt het niet altijd om een bevredigende oplossing te vinden. Dit komt omdat het ingewikkeld is om objectief de overlast door houtrook vast te stellen.

Meer informatie

Lood

Op veel plekken in Nederland zit lood in de bodem. Heb je thuis loden waterleidingen? Dan kun je via het drinkwater lood binnenkrijgen. Voor volwassenen is dat niet erg, maar voor kinderen is dat niet goed. Zij kunnen ook lood binnenkrijgen als ze spelen op plekken waar lood in de grond zit.

Waarom is lood ongezond?

Als jonge kinderen lood binnenkrijgen, heeft dat gevolgen voor hun hersenen. Die ontwikkelen zich dan minder goed. Hierdoor krijgen deze kinderen een iets lager IQ. Het is daarom belangrijk dat kinderen tot zeven jaar zo weinig mogelijk lood binnenkrijgen. Dat geldt ook zwangere vrouwen. Want ook baby’s in de buik kunnen lood binnenkrijgen, via hun moeder.

Op welke plekken zit vaak lood in de grond?

Op veel plekken in Nederland zit lood in de grond. Vooral in gebieden met oudere gebouwen. Bijvoorbeeld in wijken die voor de oorlog gebouwd zijn, in het centrum van oude dorpen of bij (oude) industriegebieden.

Wat moet je doen als er lood in de grond zit?

Als jonge kinderen spelen op grond waar lood in zit, krijgen ze lood binnen. Bijvoorbeeld doordat ze hun vieze handen in hun mond stoppen. Zo zorg je ervoor dat kinderen zo weinig mogelijk lood binnenkrijgen:

  • Laat kinderen altijd hun handen wassen na het buitenspelen.
  • Zorg ervoor dat de bodem waarop kinderen spelen bedekt is. Bijvoorbeeld met gras, struiken of planten. Je kunt de bodem ook bedekken met kunstgras of tegels. Het liefst met iets waar water doorheen kan.
  • Heb je een zandbak? Vul die met schoon zand.
  • Groeien er groente en fruit in je tuin? Was die dan altijd goed voordat je ze eet.
  • Je kunt groente of fruit ook kweken in bakken met schone potgrond of tuinaarde. Dan weet je zeker dat er geen lood in de grond zit.
  • Heb je een moestuin die groter is dan 200 m²? Vraag dan aan de gemeente wat er op die plek in de bodem zit. Weet de gemeente dat niet? Vraag dan aan de gemeente hoe je dat kunt laten onderzoeken.

Wat moet je doen als er lood in het drinkwater zit?

Woon je in een huis dat vóór 1960 gebouwd is? Dan kunnen er waterleidingen van lood in je huis zitten. Als dat zo is, moet je deze leidingen laten vervangen door koperen waterleidingen. Meer informatie hierover vind je op milieucentraal.nl.

Zolang je de oude waterleidingen nog hebt, doe je dit:

  • Als je ’s ochtends voor het eerst de kraan openzet, wacht dan 2 minuten voordat je dit water drinkt. Gebruik dat eerste water voor andere dingen. Gebruik het bijvoorbeeld om mee schoon te maken, om je planten water te geven of om het toilet door te spoelen.
  • Voor zuigelingen, baby’s en jonge kinderen geldt: hoe minder lood, hoe beter. Gebruik daarom voor flesvoeding liever geen kraanwater, maar koop flessen water in de winkel. Geef kinderen die jonger zijn dan 7 jaar ook geen kraanwater. Koop ook voor hen flessen water in de winkel.
  • Ben je zwanger? Ook voor zwangeren geldt: drink geen kraanwater, maar water uit de winkel.

Heb je een nieuwbouwhuis?

Woon je in een nieuwbouwhuis? Dan kan er de eerste maanden te veel lood in het drinkwater zitten. Dat komt niet door de leidingen, want die zijn van koper. Het komt door de nieuwe kranen. Daar kan in het begin nog lood vanaf komen. Kijk op kraandoorspoelen.nl voor meer informatie en adviezen.

Lood voor hobbygebruik

Bij het klussen of uitoefenen van een hobby kun jein contact komen met stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid. Bijvoorbeeld oplosmiddelen in verf of lijm, of stof dat vrijkomt bij het schuren van materialen. Ook huisgenoten van de klusser of hobbyist kunnen in contact komen met deze schadelijke stoffen. Het is belangrijk dat je contact met schadelijke stoffen voorkomt. Voor jezelf, maar vooral ook voor kinderen en zwangere vrouwen in je gezin of omgeving. Lees meer over de risisco's en de maatregelen die je kunt nemen als je lood gebruikt.

Meer informatie

  • Wil je meer informatie over lood in het drinkwater? Kijk dan op de website van het RIVM.
  • Wil je meer informatie over de grond in je tuin? Kijk dan op bodemloket.nl of bel je gemeente.