Veelgestelde vragen

Jeugdgezondheid

Basisschool

Groep 2

Als je kind in groep 2 zit is mogen jullie samen op bezoek komen bij de jeugdverpleegkundige. We sturen je hiervoor een uitnodiging en vragenlijst. Tijdens de afspraak kijken we naar de ontwikkeling van je kind. Zo doen we bijvoorbeeld een ogen- en gehoortest en gaan we meten en wegen. Daarnaast praten we over de gezondheid, het gedrag en de opvoeding van je kind. Heb je vragen of advies nodig? Daar is deze afspraak gelijk een goed moment voor!
Bekijk hier een filmpje hoe het gezondheidszonderzoek gaat.

Groep 6

In groep 6 komen wij langs om je kind te wegen en te meten. Meestal is dit gekoppeld aan de gymles. Wij vinden het belangrijk dat het wegen en meten voor kinderen zo prettig mogelijk gebeurt. Kinderen ervaren het meten en wegen tijdens een gymles als een natuurlijk onderdeel van de les. Hierdoor is het niet zo spannend. Via school hoor je wanneer jouw kind aan de beurt is. Soms wordt je kind nog een keer uitgenodigd voor een onderzoek.

Groep 7

Onze assistenten JG geven in groep 7 een interactieve les over gezonde Leefstijl. Met veel enthousiasme proberen zij de leerlingen bewust te maken van wat een 'gezonde leefstijl' is. Het gaat bijvoorbeeld over: Puberteit, voeding, Voeding en beweging, media.

Voortgezet onderwijs

Klas 1

Alle leerlingen uit klas 1 worden uitgenodigd voor een gezondheidsonderzoek. Zij vullen thuis een digitale vragenlijst in. De vragen gaan over gezondheid en welzijn. De leerlingen krijgen na het invullen direct online tips. Tijdens het gezondheidsonderzoek weegt en meet de jeugdverpleegkundige de leerlingen. Ook kunnen de leerlingen zelf hun vragen stellen. Klik hier voor de meest gestelde vragen over het gezondheidsonderzoek.

Speciaal onderwijs

Entree onderzoek

Gaat je kind voor het eerst naar speciaal onderwijs? Dan bekijkt onze jeugdarts het dossier van je kind. Hij of zij beoordeelt wanneer een afspraak gewenst is: op korte termijn of pas op een later moment. We nodigen jullie uit voor een gezondheidsonderzoek. Bij de uitnodiging ontvang je als ouder/verzorger een vragenlijst om van tevoren in te vullen. Samen bespreken we de ontwikkeling van je kind. Eventuele vragen en zorgen kun je tijdens het onderzoek bespreken. 

5 jaar oud

Als je kind 5 jaar oud is, mogen jullie samen langs bij de jeugdarts. We sturen je hiervoor een uitnodiging en vragenlijst naar je huisadres. De jeugdarts kijkt naar gezondheid en ontwikkeling, meet lengte en gewicht. En doet een gehoor- en oogtest. Daarnaast praten we over bijvoorbeeld eten, zindelijkheid, slapen, opvoeden en het gedrag van je kind. Heb je vragen of advies nodig? Daar is deze afspraak gelijk een goed moment voor! 
Bekijk het filmpje om te zien hoe het onderzoek bij 5-jarigen gaat.

10 of 11 jaar oud

Als je kind 10 of 11 jaar oud is, komen we weer langs. De jeugdarts kijkt naar gezondheid en ontwikkeling, meet lengte en gewicht. En doet een gehoor- en oogtest. Als het nodig is doet de jeugdarts nog extra lichamelijk onderzoek. Je kind mag altijd het ondergoed aanhouden. Daarnaast praten we over bijvoorbeeld voeding, slapen, gedrag en opvoeding. Hebben jullie vragen over gezondheid of ontwikkeling? Stel ze vooral!

Eerste klas voortgezet speciaal onderwijs

We nodigen je kind weer uit voor een gezondheidsonderzoek als hij of zij in de eerste klas van het voortgezet speciaal onderwijs zit. Ook dan meten en wegen we jouw kind weer.

Ondersteuning en advies

Je kunt altijd - buiten de vaste afspraken om - bij ons terecht voor advies en ondersteuning als het om gezondheid en opvoeden gaat. Maak bijvoorbeeld gebruik van ons:

Inloopspreekuur

Een aantal keer per jaar houdt de jeugdverpleegkundige een spreekuur op basis- en op voortgezet onderwijs.  Ouders, leerlingen en leerkrachten zijn welkom. De jeugdverpleegkundige helpt bij vragen over onder andere: gezondheid, opvoeding, ontwikkeling, pesten, faalangst, overgewicht, voeding of zindelijkheid. Als het nodig is schakelt de jeugdverpleegkundige de jeugdarts in. Bijvoorbeeld bij problemen met: horen, zien, groei, ontwikkeling en gedrag. Je kunt op school vragen wanneer er spreekuren zijn.

Protocol dood en rouw

Een onverwacht sterfgeval doet zich - gelukkig - niet vaak voor binnen een school. Als het zich voordoet, is het een gebeurtenis die de hele schoolgemeenschap raakt. Om scholen te ondersteunen bij een plotselinge dood van een leerling of leerkracht heeft de GGD een protocol opgesteld. 

Het protocol bevat onder meer achtergrondinformatie, verwijzingen, gesprekstips, aandachtspunten voor het verwerkingsproces en standaardbrieven. Het protocol is ook toegevoegd aan de materialen die het Informatie- en Documentatiecentrum uitleent over 'dood en rouw'.

Materialen over dood en rouw die je kunt lenen:

Verdrietkoffer (koffer ter ondersteuning bij plotselinge dood en rouw op de basisschool of het voortgezet onderwijs)
Leskist dood en rouw (leskist voor het basisonderwijs, om samen met kinderen over het onderwerp dood te praten)

A - Inleiding over medicijnverstrekking en medisch handelen

Leraren op school worden regelmatig geconfronteerd met leerlingen die klagen over pijn die meestal met eenvoudige middelen te verhelpen is zoals hoofdpijn, buikpijn, oorpijn of pijn ten gevolge van een insectenbeet. Ook krijgt de schoolleiding steeds vaker het verzoek van ouders(s)/verzorger(s) om hun kinderen de door een arts voorgeschreven medicijnen toe te dienen.
Een enkele keer wordt werkelijk medisch handelen van leraren gevraagd zoals het geven van sondevoeding, het toedienen van een zetpil of het geven van een injectie. De schoolleiding aanvaardt met het verrichten van dergelijke handelingen een aantal verantwoordelijkheden. Leraren begeven zich dan op een terrein waarvoor zij niet gekwalificeerd zijn. Met het oog op de gezondheid van kinderen is het van groot belang dat zij in dergelijke situaties zorgvuldig handelen. Zij moeten daarbij over de vereiste bekwaamheid beschikken. Leraren en schoolleiding moeten zich realiseren dat wanneer zij fouten maken of zich vergissen zij voor deze handelingen aansprakelijk gesteld kunnen worden. Daarom wil GGD Noord- en Oost-Gelderland middels dit protocol scholen een handreiking geven over hoe in deze situaties te handelen.
De drie te onderscheiden situaties zijn:

  • Het kind wordt ziek op school
  • Het verstrekken van medicijnen op verzoek
  • Medische handelingen

De eerste situatie laat de school en leraar geen keus. De leerling wordt ziek of krijgt een ongeluk en de leraar moet direct bepalen hoe hij moet handelen. Bij de tweede en de derde situatie kan de schoolleiding kiezen of zij wel of geen medewerking verleent aan het geven van medicijnen of het uitvoeren van een medische handeling. Voor de individuele leraar geldt dat hij mag weigeren handelingen uit te voeren waarvoor hij zich niet bekwaam acht.

Hieronder wordt elk onderdeel beschreven. In de bijlage is het toestemmingsformulier en/of  bekwaamheidsverklaring te vinden. Zijn er naar aanleiding van dit protocol nog vragen neem dan contact op met de jeugdarts van de GGD van uw school.

B - Het kind wordt ziek op school

Regelmatig komt een kind ’s morgens gezond op school en krijgt het tijdens de schooluren last van hoofd- buik- of oorpijn. Ook kan het bijvoorbeeld door een insect geprikt worden. Een leraar verstrekt dan vaak - zonder toestemming of medeweten van ouders - een 'paracetamolletje' of wrijft Azaron op de plaats van een insectenbeet.

In zijn algemeenheid is een leraar niet deskundig om een juiste diagnose te stellen. De grootst mogelijke terughoudendheid is hier dan ook geboden. Uitgangspunt moet zijn dat een kind dat ziek is, naar huis moet. De schoolleiding zal, in geval van ziekte, altijd contact op moeten nemen met de ouders om te overleggen wat er moet gebeuren (is er iemand thuis om het kind op te vangen, wordt het kind gehaald of moet het gebracht worden, moet het naar de huisarts, etc.?). Ook wanneer een leraar inschat dat het kind bij een eenvoudig middel gebaat is, dan is het gewenst om altijd eerst contact te zoeken met de ouders. Wij adviseren u het kind met de ouders te laten bellen. Vraag daarna om toestemming aan de ouders om een bepaald middel te verstrekken.

Problematisch is het wanneer de ouders en andere, door de ouders aangewezen vertegenwoordigers, niet te bereiken zijn. Het kind kan niet naar huis gestuurd worden zonder dat daar toezicht is. Ook kunnen de medicijnen niet met toestemming van de ouders verstrekt worden. De leraar kan dan besluiten, eventueel na overleg met een collega, om zelf een eenvoudig middel te geven. Daarnaast moet hij/zij inschatten of niet alsnog een (huis)arts geraadpleegd moet worden. Raadpleeg bij twijfel altijd een arts. Zo kan bijvoorbeeld een ogenschijnlijk eenvoudige hoofdpijn een uiting zijn van een veel ernstiger ziektebeeld. Het blijft zaak het kind voortdurend te observeren. 

Iedere situatie is anders zodat we niet uitputtend alle signalen kunnen benoemen die zich kunnen voordoen. 

Zaken waar u op kunt letten:

  • Toename van pijn
  • Misselijkheid/braken
  • Verandering van houding (bijvoorbeeld inkrimpen)
  • Verandering van de huid (bijvoorbeeld erg bleke of hoogrode kleur)
  • Verandering van gedrag (bijvoorbeeld onrust, afnemen van alertheid)

Realiseert u dat u geen arts bent en raadpleeg, bij twijfel, altijd een (huis)arts. Dit geldt uiteraard ook wanneer de pijn blijft of de situatie verergert. De zorgvuldigheid die u hierbij in acht moet nemen is dat u handelt alsof het uw eigen kind is.

C - Het verstrekken van medicijnen op verzoek

Kinderen krijgen soms medicijnen of andere middelen voorgeschreven die zij een aantal malen per dag moeten gebruiken, dus ook tijdens schooluren. Te denken valt bijvoorbeeld aan pufjes voor astma, antibiotica of zetpillen bij toevallen. Ouders vragen dan aan de schoolleiding of een leraar deze middelen wil verstrekken. In deze situatie is de toestemming van de ouders gegeven. Het is in dit geval van belang deze toestemming schriftelijk vast te leggen.

Meestal gaat het niet alleen om eenvoudige middelen, maar ook om middelen die bij onjuist gebruik tot schade van de gezondheid van het kind kunnen leiden. Leg daarom schriftelijk vast om welke medicijnen het gaat, hoe vaak en in welke hoeveelheden ze moeten worden toegediend en op welke wijze dat dient te geschieden. Hiervoor is een medicijninstructie toegevoegd in bijlage 2.

Leg verder de periode vast waarin de medicijnen moeten worden verstrekt, de wijze van bewaren, opbergen en de wijze van controle op vervaldatum. Ouders geven hierdoor duidelijk aan wat zij van de schoolleiding en de leraren verwachten en die weten op hun beurt weer precies wat ze moeten doen en waar ze verantwoordelijk voor zijn.

Wanneer het gaat om het verstrekken van medicijnen gedurende een lange periode moet regelmatig met ouders overlegd worden over de ziekte en het daarbij behorende medicijngebruik op school. Een goed moment om te overleggen is wanneer ouders een nieuwe voorraad medicijnen komen brengen.

Praktische adviezen:

  • Mocht de situatie zich voordoen dat een kind niet goed op een medicijn reageert of dat er onverhoopt toch een fout gemaakt wordt bij de toediening van een medicijn, bel dan direct met de huisarts of specialist in het ziekenhuis.
  • Bel bij een ernstige situatie direct het landelijke alarmnummer 112.
  • Zorg in alle gevallen dat u duidelijk alle relevante gegevens bij de hand hebt, zoals: naam, geboortedatum, adres, huisarts en /of  specialist van het kind, het medicijn dat is toegediend, welke reacties het kind vertoont (eventueel welke fout is gemaakt.
  • Toestemmingsformulier voor 'verstrekken van medicijnen op verzoek'
  • Richtlijnen 'hoe te handelen bij een calamiteit'
D - Medische handelingen

Het is van groot belang dat een langdurig ziek kind of een kind met een bepaalde handicap zoveel mogelijk gewoon naar school gaat. Het kind heeft contact met leeftijdsgenootjes, neemt deel aan het normale leven van een schoolkind en wordt daardoor niet de hele dag herinnerd aan zijn handicap of ziek zijn. Gelukkig zien steeds meer scholen in hoe belangrijk het is voor het psychosociaal welbevinden van het langdurig zieke kind om indien mogelijk, naar school te gaan.

Medische handelingen
In hoog uitzonderlijke gevallen zullen ouders aan schoolleiding en leraren vragen handelingen te verrichten die vallen onder medisch handelen. Te denken valt daarbij aan het geven van sondevoeding, het meten van de bloedsuikerspiegel bij suikerpatiënten door middel van een vingerprikje. In zijn algemeenheid worden deze handelingen door medewerkers van de thuiszorg of de ouders zelf op school verricht. In zeer uitzonderlijke situaties, vooral als er sprake is van een situatie die al langer bestaat, wordt door de ouders wel eens een beroep op de schoolleiding en de leraren gedaan. Bij voorkeur zouden scholen een vaste ruimte moeten hebben waar leerlingen zelf kunnen prikken (vb. diabetes) (met name VO).  

Schoolbesturen moeten zich, wanneer wordt overgaan tot het uitvoeren van een medische handeling door een leraar, wel realiseren dat zij daarmee bepaalde verantwoordelijkheden op zich nemen. Dit hoeft niet onoverkomelijk te zijn, maar het is goed zich te realiseren wat hiervan de consequenties kunnen zijn. Het zal duidelijk zijn dat de ouders voor dergelijke ingrijpende handelingen hun toestemming moeten geven. Zonder toestemming van de ouders kan een schoolleiding of leraar al helemaal niets doen. Gezien de ingrijpendheid van de handelingen moet een schoolleiding een schriftelijke toestemming van de ouders vragen.

Wettelijke regels
Voor de hierboven genoemde medische handelingen heeft de wetgever een aparte regeling gemaakt. De wet beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (wet BIG) regelt wie wat mag doen in de gezondheidszorg. De wet BIG is bedoeld voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg en geldt als zodanig niet voor onderwijzend personeel. Dat neemt niet weg dat in deze wet een aantal waarborgen worden gegeven voor een goede uitoefening van de beroepspraktijk aan de hand waarvan ook een aantal regels te geven zijn voor schoolbesturen en leraren als het gaat om in de wet BIG genoemde medische handelingen. Bepaalde handelingen – de zogenaamde voorgehouden handelingen – mogen alleen verricht worden door artsen. Anderen dan artsen mogen medische handelingen alleen verrichten in opdracht van een arts. De betreffende arts moet zich er dan van vergewissen dat degene die niet bevoegd is, wel de bekwaamheid bezit om die handelingen te verrichten.

E - Aansprakelijkheid

Vorenstaande is ook van toepassing wanneer een leraar bij een leerling een medische handeling verricht. Technisch gezien vallen leraren niet onder de wet BIG. Deze geldt alleen voor medische - en paramedische beroepen. Soms worden leraren betrokken bij de zorg rond een ziek kind en worden daarmee partners in zorg. In zo’n geval kan het voorkomen dat leraren gevraagd wordt om een medische handeling bij een kind uit te voeren. Deze, niet alledaagse, positie van de leraar moet hierbij serieus genomen worden. Daarom moet een leraar een gedegen instructie krijgen hoe hij de handeling moet uitvoeren. Het naar tevredenheid uitvoeren van deze handeling wordt schriftelijk vastgelegd in een bekwaamheidsverklaring. Zodoende wordt een optimaal mogelijke zekerheid aan kind, ouders, leraar en schoolleiding gewaarborgd. Ook voor de verzekeraar van de school zal duidelijk zijn dat er zo zorgvuldig mogelijk is gehandeld. Dit betekent dat een leraar in opdracht van een arts moet handelen die hem bekwaam heeft verklaard voor het uitvoeren van die medische handeling. 

Binnen organisaties in de gezondheidszorg is het gebruikelijk dat een arts, of een door hem aangewezen en geïnstrueerde vertegenwoordiger, een bekwaamheidsverklaring afgeeft met het oog op eventuele aansprakelijkheden. Heeft een leraar geen bekwaamheidverklaring dan kan hij bij onoordeelkundig handelen aangesproken worden voor de aangerichte schade. Het schoolbestuur is echter weer verantwoordelijk voor datgene wat de leraar doet. Kan een schoolbestuur een bekwaamheidsverklaring van een arts overleggen, dan kan niet bij voorbaat worden aangenomen dat de schoolleiding onzorgvuldig heeft gehandeld. 

Een schoolbestuur dat niet kan bewijzen dat een leraar voor een bepaalde handeling bekwaam is, raden wij aan de medische handelingen niet te laten uitvoeren. Een leraar die wel een bekwaamheidsverklaring heeft, maar zich niet bekwaam acht - bijvoorbeeld omdat hij deze handeling al een hele tijd niet heeft verricht zou de medische handeling eveneens niet mogen uitvoeren . Een leraar die onbekwaam en/of zonder opdracht van een arts deze handeling verricht is niet alleen civielrechtelijk aansprakelijk (betalen van schadevergoeding), maar ook strafrechtelijk (mishandeling). 

Het schoolbestuur kan op zijn beurt als werkgever eveneens civiel- en strafrechtelijk aansprakelijk gesteld worden. Om zeker te zijn dat de civielrechtelijke aansprakelijkheid gedekt is, is het raadzaam om, voordat er wordt overgegaan tot medisch handelen, contact op te nemen met de verzekeraar van de school. Het kan zijn dat bij de beroepsaansprakelijkheid de risico’s die zijn verbonden aan deze medische handelingen niet zijn meeverzekerd. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn, omdat wanneer de verzekeraar van een en ander op de hoogte wordt gesteld hij deze risico’s kan meeverzekeren, eventueel tegen een hogere premie en onder bepaalde voorwaarden (bijvoorbeeld een bekwaamheidsverklaring). 

Mocht zich onverhoopt ten gevolge van een medische handeling een calamiteit voordoen stel u dan direct in verbinding met de huisarts en/of specialist van het kind. Bel bij een ernstige situatie direct het landelijke alarmnummer 112. Zorg ervoor dat u alle relevante gegevens van het kind. Geef verder door naar aanleiding van welke handeling de calamiteit zich heeft voorgedaan en welke verschijnselen bij het kind waarneembaar zijn.

Tuberculose

Wat doet de GGD?

Wat doet de GGD?

De afdeling tuberculosebestrijding van de GGD houdt zich bezig met het voorkomen, bestrijden en opsporen van tuberculose. Dit gebeurt preventief door bijvoorbeeld voorlichting. Als er aanwijzingen van besmetting zijn, houdt de GGD zich bezig met begeleiding, bronopsporing en contactonderzoek onder de personen die mogelijk besmet zijn.

Aangifte Tuberculose

Tuberculose is een ziekte waarvoor een wettelijke aangifteplicht geldt. Een arts die tuberculose vaststelt, moet dat melden bij de GGD. Door die aangifteplicht en door registratie van alle aangiften ontstaat een overzicht van besmettingshaarden en van het aantal patiënten per jaar. Zo kan op elke melding adequaat worden gereageerd.

Begeleiding Tuberculose

Zodra een patiënt bij de GGD aangemeld is, neemt de GGD contact op met deze persoon. De patiënt wordt intensief begeleid en krijgt een passende medicijnenkuur. Gedurende de hele medicijnenkuur blijft de sociaal-verpleegkundige van de GGD de behandeling volgen.

De GGD probeert zo snel mogelijk te achterhalen door wie de patiënt besmet is. Dat wordt bronopsporing genoemd. De GGD inventariseert vervolgens alle contacten van de patiënt. Deze personen worden voorgelicht over de risico's van een eventuele besmetting. Ook worden ze op tuberculose onderzocht. Dat is het zogenaamde contactonderzoek. Dit onderzoek kan bestaan uit een THT, een röntgenfoto van de longen of bloedonderzoek.

(Periodiek) onderzoek

De GGD onderzoekt mensen met een verhoogd risico op tuberculose. Het onderzoek kan eenmalig zijn of periodiek. Het gaat om de volgende groepen mensen:

  • Asielzoekers, vluchtelingen en immigranten die langer dan 3 maanden in Nederland zullen blijven, worden bij aankomst in Nederland verplicht onderzocht op tuberculose. In de 2 jaar na aankomst volgen als dat nodig is, meerdere onderzoeken op tuberculose.
  • Verslaafden, dak- en thuislozen worden door de GGD periodiek gecontroleerd.
  • In sommige beroepen is er meer risico en is een aanstellingskeuring nodig. Soms worden beroepsgroepen ook periodiek onderzocht.

Reizigers

Volwassenen en kinderen die vaker of voor langere tijd op reis gaan naar een land waar tuberculose veel voorkomt (of zie Landelijk Centrum Reizigersinformatie) kunnen bij de GGD terecht voor informatie en voorlichting, eventueel gevolgd door onderzoek. Neem op tijd contact met ons op, als het kan 8 weken voor vertrek.

Electronisch Patiëntendossier (EPD)

Van elk bezoek aan de afdeling Tuberculosebestrijding registreren wij gegevens over u. Meer informatie.

Vaccinatie

Vaccinatie biedt geen volledige bescherming tegen een tuberculose-infectie, maar voorkomt wel de ernstige bijkomende gevolgen van tbc, zoals hersenvliesontsteking.

  • Volwassenen en kinderen die regelmatig of voor langere tijd op reis gaan naar een land waar tuberculose veel voorkomt kunnen bij de GGD terecht voor informatie, voorlichting en eventueel gevolgd door onderzoek.
  • Alle kinderen, waarvan één van beide ouders afkomstig is uit een land waar veel tuberculose voorkomt, kunnen als ze ongeveer 6 maanden oud zijn bij de GGD een vaccinatie krijgen. Zij ontvangen daarvoor een uitnodiging van de GGD. De GGD bespreekt met de ouders of ze regelmatig teruggaan naar het land van herkomst. Als dat het geval is wordt voor het kind een BCG-vaccinatie aanbevolen.
Afspraak maken

Heb je vragen? Of wil je een afspraak maken? Neem dan contact op met de afdeling tuberculosebestrijding via telefoonnummer 088 - 443 30 05.

Ons telefonisch spreekuur is van maandag t/m vrijdag:

  • 's morgens van  8.30 -  9.00 uur 
  • 's middags van  13.00 - 14.30 uur

Waar kunt je terecht voor onderzoek?

  • Apeldoorn
    Gelre Apeldoorn
    Albert Schweitzerlaan 31
    Route 196
    7334 DZ Apeldoorn

  • Doetinchem
    Kruisbergseweg 47
    Naast Slingeland Ziekenhuis
    7009 BM Doetinchem

  • Harderwijk
    Oosteinde 17
    3842 DR Harderwijk
Tarieven/vergoeding tuberculosebestrijding

TARIEVEN 2019 (keuring zeevaart, reizigers etc.)

Mantoux (tuberculine huidtest) € 27,50
BCG en THT € 40,00
Longfoto € 53,50
Quantiferon / IGRA € 89,50
Niet aan elk onderzoek zijn kosten verbonden (bijv. bronopsporing, contactonderzoek).

Vergoedingen zorgverzekeraar (TBC)

Kom je bij ons voor een vervolgonderzoek of een behandeling, dan zijn hier kosten aan verbonden. GGD Noord- en Oost-Gelderland declareert direct bij de zorgverzekeraar. Veel zorgverzekeraars vergoeden de kosten geheel of gedeeltelijk. Misschien heeft dit gevolgen voor je eigen risico. De tarieven zijn vastgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit (Nza).

Meningokokken

Wie krijgen een prik?

Sinds mei 2018 worden alle peuters van 14 maanden op het consultatiebureau al gevaccineerd tegen Meningokokken type A, C, W en Y. Omdat het aantal besmettingen met meningokokkentype W toeneemt, krijgen nu ook jongeren geboren in 2001, 2002 of 2004 de prik. Ze krijgen met de post een uitnodiging om in het voorjaar 2019 de prik te komen halen. In de brief staat waar en wanneer je de prik kunt halen. Je hoeft niet te betalen voor de prik.

Ben je geboren in 2003 en 2005? Dan krijg je een uitnodiging de prik te komen halen in mei/juni. Ook voor hen is de prik gratis. 

Tegelijk met de vaccinaties tegen meningokokken worden de vaccinaties HPV en DTP/BMR gegeven aan de hiervoor opgeroepen meisjes en kinderen. Ook kunnen zij 'vergeten' vaccinaties inhalen.

Wat is meningokokkenziekte?

Meningokokkenziekte is een ziekte die je krijgt van een bacterie, de meningokok. Van deze bacterie bestaan meerdere typen. De typen A, B, C, W en Y zijn de bekendste. Sinds 2015 worden ieder jaar meer mensen ernstig ziek door type W. Mensen krijgen meningokokkenziekte door de meningokok. Dit is een bacterie waardoor iemand een hersenvliesontsteking kan krijgen. Hersenvliesontsteking is een ziekte waarbij het vlies om de hersenen en om het ruggenmerg ontstoken raakt.

Wat zijn de klachten bij meningokokkenziekte?
  • Plotseling hoge koorts en suf,
  • Hoofdpijn en niet tegen licht kunnen,
  • Misselijk zijn en braken,
  • Een zere en stijve nek, vooral als je het hoofd voorover buigt.
  • Baby’s beginnen te huilen als je ze bij het verschonen aan de benen optilt. Dit heet ook wel luierpijn.
  • Soms komen er hele kleine vlekjes in de huid. Deze zijn rood of paars die niet weggedrukt kunnen worden. Ze zijn zo groot als een  speldenknop.

Iemand met meningokokkenziekte kan zeer snel en ernstig ziek worden. Dat kan soms binnen enkele uren. Waarschuw meteen de huisarts als iemand deze klachten heeft.

Hoe kun je meningokokkenziekte krijgen?

De meningokok zit in de neus of keel. Veel mensen dragen deze bacterie tijdelijk bij zich zonder dat zij zelf ziek worden. Door hoesten, niezen en praten komen druppeltjes met de bacterie in de lucht. Mensen kunnen deze druppeltjes inademen en zo besmet raken. De bacterie blijft niet in de buitenlucht zweven, maar gaat daar snel dood.
De tijd tussen besmet raken en ziek worden is 2 tot 10 dagen. Meestal is dit 3 tot 4 dagen. Maar de kans om na besmetting ziek te worden, is heel klein.

Wie kan meningokokkenziekte krijgen?

Iedereen kan deze ziekte krijgen. Het komt het meest voor bij jonge kinderen en bij tieners.
Er zijn verschillende types meningokokken. Iemand die de ziekte heeft gehad bouwt er afweer tegen op. Maar alleen voor het type meningokok waar hij ziek door is geworden. Iemand kan dus vaker meningokokkenziekte krijgen.

Vaccinatie gemist?

Heb jij de Meningokokken vaccinatie gemist? Dan ben je welkom om deze alsnog te komen halen.
Bel hiervoor naar: 088 - 443 31 00 (op werkdagen tussen 8.00 en 12.00 uur). 

Meer weten?

Wil je meer weten over de Meningokokkenziekte of de vaccinatie MenACWY?

Heb je nog vragen? 
Bel dan met de medewerkers Jeugdgezondheid van de GGD op 088 - 443 30 00. Dit kan op werkdagen van 8.00 - 17.00 uur.

Kinkhoest

Kinkhoestvaccinatie voor zwangere

Wie kan kinkhoest krijgen?

Iedereen kan kinkhoest krijgen. Vooral baby’s kunnen erg ziek zijn door kinkhoest. De ziekte kan direct na de geboorte worden overdragen op de baby.

Advies van de gezondheidsraad aan minister van Volksgezondheid

De gezondheidsraad heeft de minister van VWS geadviseerd om alle zwangere vrouwen in Nederland een vaccinatie tegen kinkhoest aan te bieden om daarmee hun pasgeboren kind te beschermen. De minister van VWS neemt hierover binnenkort een besluit. Tot dan komt deze vaccinatie voor eigen rekening van de zwangere vrouw.

Wanneer vaccineren?

Het advies is te vaccineren tussen week 28 en week 32. Later in de zwangerschap kun je je ook nog laten vaccineren.

Afspraak maken 

Wil je een vaccinatie tegen kinkhoest?Je kunt een afspraak maken bij GGD Noord- en Oost-Gelderland via het afsprakenbureau: T. 0900 - 8222 467.

Prijs vaccinatie

De vaccinatie kost €46,00 inclusief consult en zijn voor eigen rekening.

Meer weten over kinkhoestvaccinaties?

Lees over kinkhoestvaccinaties voor ouderen op de website van het RIVM.

Heb je een vraag?

Neem dan contact op met de afdeling Infectieziektebestrijding via telefoonnummer 088 - 443 33 55. Of stuur een e-mail naar infectieziekten@ggdnog.nl

Soa

Hoe gaat een soa-test?

Bij je huisarts of GGD kun je je laten testen op op soa’s. Maar hoe gaat een soa-test precies? Wat wordt onderzocht en hoe? 

Gesprek

Tijdens het spreekuur wordt een zogenaamde ‘seksuele anamnese’ afgenomen. Er wordt dan gevraagd wat voor seksuele contacten je hebt gehad en welk risico er is geweest. De verpleegkundige bepaalt aan de hand hiervan welke soa-testen er gedaan worden. In ieder geval word je altijd op chlamydia en gonorroe getest. En als het nodig is ook op syfilishiv en hepatitis B. Daar wordt een buisje bloed voor afgenomen.

Mannen
Krijgen een potje mee naar het toilet om in te plassen; zorg er dus s.v.p. voor dat je zo'n twee uur vóór de soa-test niet meer geplast hebt! Een soa-test gebeurt niet meer met wattenstaafjes!

Vrouwen

Krijgen testmateriaal mee naar het toilet om zelf een soa-test te doen. De verpleegkundige legt uit hoe je dat kunt doen.

Vragen over seksualiteit

Naast vragen over soa's kun je ook bij ons terecht met alle vragen over bijvoorbeeld seksuele voorkeur, anticonceptie, de morning-afterpil, onbedoelde zwangerschap, problemen met seks (bv. pijn bij het vrijen, erectieproblemen), vervelende seksuele ervaringen.

Zelftesten van internet of drogist

Voor soa-testen ben je het beste af bij je huisarts of GGD. Wil of kan je daar niet heen? Dan kan een soa-zelftest een alternatief zijn. Deze test doe je thuis en kun je zelf opsturen naar het laboratorium. Betrouwbare zelftests die voor jou geschikt zijn vind je via de Soatest.advies.chat.

Lichamelijk onderzoek

Soms, bijvoorbeeld bij klachten die mogelijk veroorzaakt worden door een soa, is het nodig dat de verpleegkundige en/of de arts je onderzoekt. Indien nodig word je verwezen naar een specialist in het ziekenhuis.  

Afspraak afzeggen

Heb je een afspraak gemaakt en kun je toch niet komen? Blijf dan niet zomaar weg, maar meld dit even! Je kunt dan bellen tijdens een van de telefonische spreekuren (088 - 443 33 44) of bel het algemene nummer van de GGD: 088 - 443 30 00. Geef je naam, geboortedatum, datum van afspraak en de afspraaklocatie door. 

Let op: maak je je zorgen over een sekscontact? Pas na twee weken kunnen wij je testen! Eerder testen heeft geen zin!

Waar kan ik terecht?

Er zijn soa-spreekuren in Apeldoorn, Doetinchem, Harderwijk en Warnsveld. Wanneer je belt voor een afspraak bekijken we welke locatie voor jou handig is.

Apeldoorn:      Albert Schweitzerlaan 31, Gelre Apeldoorn Ziekenhuis (route 196)

Doetinchem:    Kruisbergseweg 47, Naast het Slingelandziekenhuis

Harderwijk:     Oosteinde 17

Warnsveld:      Rijksstraatweg 65, GGD Noord- en Oost-Gelderland

Is dit spreekuur ook voor mij?

De overheid heeft richtlijnen vastgesteld over wie op de spreekuren mogen komen. De verpleegkundige stelt je daarom aan de telefoon een paar vragen over je leeftijd en het gelopen seksuele risico. De spreekuren seksuele gezondheid bij de GGD zijn bedoeld voor:

  • Alle jongeren tot en met 24 jaar.
  • Alle mensen die tot de ‘hoog-risicogroepen’ behoren, zoals:
    • Mannen die seks hebben met mannen
    • Mensen met klachten die passen bij een soa
    • Mensen die gewaarschuwd zijn door een (ex)partner voor een soa
    • Mensen die komen uit een land waar veel soa voorkomen
    • De partner(s) van mensen uit bovengenoemde groepen
    • Mensen die zich laten betalen voor seksuele handelingen
    • Slachtoffers van seksueel geweld.

Behoor je niet tot deze groepen? Dan verwijst de GGD-medewerker je naar je eigen huisarts. Dit zijn Landelijke regels waar iedere GGD zich aan moet houden. Een hoog percentage van alle soa-testen gebeurt bij de huisarts. De huisarts heeft, net als de medewerkers van de GGD, zwijgplicht.

Meer infectieziekten

Teken en Lyme

Een teek kan de ziekte van Lyme veroorzaken. Hoe voorkom je dat?

Het aantal tekenbeten neemt de laatste jaren flink toe. Van een tekenbeet kun je de ziekte van Lyme krijgen.
Teken leven in struikgewas en hoog gras. Ze komen in heel Nederland voor en zien eruit als spinnetjes. Op de tekenradar kun je zien waar veel teken zijn.

Controleer goed

  • Controleer je lichaam en je kleding op teken(beten) als je in het groen bent geweest. Teken kunnen zich overal vastbijten, maar het liefst in je liezen, knieholtes, oksels, bilspleet, randen van het ondergoed, achter de oren en rond de haargrens in de nek.
  • Heb je een tekenbeet? Haal de teek dan snel weg. Als een teek lang op je huid zit, kan hij de ziekte van Lyme veroorzaken. Zonder behandeling kun je door deze ziekte chronische klachten krijgen aan je hart, zenuwstelsel, gewrichten en huid.
  • Je hoeft niet altijd naar de huisarts na een tekenbeet. Heeft de teek langer dan 24 uur op je huid gezeten? Overleg dan met de huisarts of je een behandeling nodig hebt.
  • Heb je de teek binnen 24 uur weggehaald? Houd de huid rond de beet tot drie maanden na de tekenbeet in de gaten. Let op of je een rode ring ziet rond de plek van de beet.  
  • Krijg je klachten? Ga naar de huisarts en vertel dat je door een teek gebeten bent.

Heb je vragen?

Dan kun je contact opnemen met het team Infectieziektebestrijding, T: 088 - 443 33 55.

Mazelen

Mazelen komt in Nederland nauwelijks meer voor, omdat de meeste mensen zijn ingeënt tegen deze ziekte. Maar er zijn in Nederland af en toe uitbraken van mazelen in gebieden waar weinig mensen worden gevaccineerd.

Symptomen

Mazelen begint 8 tot 14 dagen nadat je besmet bent. Symptomen zijn:

  • vermoeidheid
  • koorts
  • ontsteking van de ogen
  • verkoudheid en hoesten
  • na 3 tot 7 dagen krijg je huiduitslag, die vaak achter de oren begint en zich via je gezicht naar je romp en armen/benen verspreidt

Een mazelenpatiënt is vier dagen voor tot vier dagen na het krijgen van huiduitslag besmettelijk.

Vaccinatie

Kinderen worden twee keer gevaccineerd tegen mazelen (het BMR-vaccin): één keer als ze 14 maanden zijn en één keer als ze 9 jaar zijn. Kinderen die gevaccineerd zijn, lopen geen risico op mazelen.

  • Is jouw kind ouder dan 14 maanden en niet gevaccineerd, dan adviseert de GGD om dat alsnog te doen. Vaccineren kan via het consultatiebureau (tot 4 jaar) of via de GGD (4 jaar en ouder). Tot en met 18 jaar is vaccinatie kosteloos. Je kunt hiervoor contact opnemen met de afdeling Jeugdgezondheidszorg, T. 088 - 443 32 00.
  • Is jouw kind jonger dan 14 maanden en heeft hij of zij veel contact met ongevaccineerde kinderen, neem dan contact op met de GGD: T. 088 - 443 33 55.
  • Bent je niet gevaccineerd en heb je geen mazelen gehad, dan kun je contact opnemen met de afdeling Infectieziektebestrijding, T. 088 - 443 33 55.

Wat doet de GGD?

De GGD informeert huisartsen, kinderartsen en consultatiebureaus en vraagt hen alert te zijn op signalen van mazelen en deze te melden aan de GGD. De GGD neemt dan maatregelen om te voorkomen dat de ziekte zich verder verspreidt. Daarnaast informeert de GGD scholen, kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en gastoudergezinnen over mazelen.

Voedselinfecties

Een voedselinfectie is een ontsteking van maag en darmen. Dit kun je krijgen als je iets eet of drinkt dat besmet is met een bacterie of virus.

Wat zijn de klachten?

  • Diarree
  • Misselijk
  • Braken
  • Buikpijn
  • Koorts

Je kunt al snel na het eten van besmet voedsel ziek worden. Maar soms kan het een paar dagen of langer duren.

Goede hygiëne voorkomt besmetting en verspreiding

  • was altijd je handen wassen voordat je eten klaarmaakt;
  • was je handen na ieder toiletbezoek;
  • let op het scheiden van bereid en onbereid voedsel;
  • zet gekoelde producten direct na aankoop in de koelkast, tot vlak voor gebruik.

Hoe krijg je een voedselinfectie?

Veel voedselinfecties ontstaan bij mensen thuis. Bijvoorbeeld: Je wast je handen niet nadat je naar het toilet bent geweest. Daarna maak je eten klaar.

  • Je snijdt rauw vlees op een snijplank. Daarna gebruik je dezelfde plank om groenten te snijden.
  • Als je vlees of vis eet dat niet goed gaar is.
  • Bacteriën en virussen groeien sneller in de warmte. Als de koelkast erg vol is, is de temperatuur vaak te hoog. Als je eten niet koud genoeg bewaart, dan groeien ziekmakende bacteriën en virussen sneller.

Wil je meer weten over voedselinfecties?

Voor meer informatie lees hier verder.

Q-koorts

Q-koorts is een infectieziekte die van dieren op mensen overgaat. Mensen krijgen de ziekte meestal als ze lucht inademen waar de bacterie inzit. Dus niet altijd via direct contact met dieren. Je kunt gemiddeld 2 tot 3 weken (oplopend tot 6 weken) na besmetting klachten krijgen.

Wat is Q-koorts en wat zijn de klachten?

Meestal gaat het om lichte griepklachten. Bij een ernstiger verloop begint de ziekte meestal acuut met heftige hoofdpijn, hoge koorts en een longontsteking met droge hoest en pijn op de borst. Soms veroorzaakt de bacterie een leverontsteking. Heb je klachten na contact met dieren, of nadat je in de buurt van een besmet bedrijf bent geweest? Ga dan naar de huisarts.

Hoe groot is het besmettingsrisico?

Binnen een cirkel van 5 km rond een besmet bedrijf loop je vooral in de lammerperiode, van februari tot en met mei, een verhoogd risico op besmetting met Q-koorts. Hoe groot dat risico is, is onbekend. Daarnaast zijn in 2008, 2009 en 2010 in Brabant en in heel Nederland alle melkgeiten en melkschapen tegen Q-koorts gevaccineerd.

Wie zijn een risicogroep?

  • zwangere vrouwen;
  • mensen met een hartklepafwijking;
  • mensen die een hartoperatie hebben gehad in het verleden;
  • mensen met vaatprothesen in één van de grote vaten;
  • mensen met een afweerstoornis, bijvoorbeeld door kanker of door medicijnen die het immuunsysteem onderdrukken.

Kan ik Q-koorts voorkomen?

Nee, je kunt besmetting niet voorkomen. Je kunt de bacterie namelijk via de lucht inademen. Hoor je bij de risicogroepen? Vermijd dan contact met melkgeiten en melkschapen.

Is Q-koorts te behandelen?

Is bij jou Q-koorts vastgesteld? Dan krijg je meestal een antibioticumkuur. Je kunt lang vermoeidheidsverschijnselen overhouden die niet te behandelen zijn, maar die uiteindelijk wel genezen. Dit is iets anders dan de chronische vorm van Q-koorts. Deze vorm van Q-koorts komt vrijwel alleen voor bij mensen uit de risicogroepen.

Kan ik gevaccineerd worden tegen Q-koorts?

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft besloten het vaccin tegen Q-koorts beschikbaar te stellen aan mensen die vanwege specifieke hart- en vaatziekten een verhoogd risico lopen om door Q-koorts langdurig en ernstig ziek te worden.

Heb je vragen over Q-koorts?

Neem dan contact met de afdeling Infectieziektebestrijding op via T: 088 - 443 33 55. 

Q-support

De Q-koortsepidemie is voorbij, de gevolgen van de Q-koorts niet. Nog dagelijks hebben mensen in heel Nederland te maken met de ernstige gevolgen van deze besmetting. Vaak zonder dat zij het zelf weten. Zij hebben het Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS) ontwikkeld en houden last van chronische vermoeidheid, spier- en gewrichtsklachten en geheugen- en concentratieproblemen. Anderen hebben chronische Q-koorts. Onbehandeld is dat een levensgevaarlijke ziekte.
Naar schatting 250 Nederlanders lijden aan chronische Q-koorts zonder dat zij en hun artsen dat weten.

Eind 2013 heeft de overheid Stichting Q-support in het leven geroepen om voor de duur van 5 jaar mensen met Q-koorts te adviseren en begeleiden bij problemen op allerlei leefgebieden: medische vraagstukken, werk, inkomen, verzekeringen en maatschappelijke participatie. Verder ondersteunt Q-support onderzoek naar de gevolgen van Q-koorts.

Kijk voor meer info op: www.q-support.nu

Zikavirus

Wat is zikavirusinfectie?

Een zikavirusinfectie heb je vaak zonder symptomen. Heb je wel klachten, dan lijkt dat op griep. Bijvoorbeeld een iets verhoogde temperatuur, spierpijn, malaise en hoofdpijn. Maar het kan ook ergere klachten geven. Er is geen behandeling mogelijk. De symptomen gaan vanzelf over. Het lijkt op een dengue-infectie. De klachten kunnen 2 - 7 dagen duren. De tijd tussen besmet worden en ziek worden varieert van 3-12 dagen.

Zwangerschap en zikavirus

Een infectie met het zikavirus tijdens de zwangerschap kan schadelijk zijn voor het ongeboren kind.
Kijk voor meer informatie op: Zikavirus en zwangerschap.

Hoe verklein ik de kans op besmetting?

Muggenbescherming is belangrijk, ook i.v.m. dengue en chikungunya in deze gebieden. Zwangeren moeten extra zorgvuldig antimuggenmaatregelen toepassen.

Waar komt het Zikavirus voor?

Het Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering houdt per land bij waar mensen een verhoogd risico lopen op besmetting met het zikavirus.

Meer weten over het Zikavirus?

Kijk dan op de website van het RIVM.

Norovirus

Wat zijn norovirussen?

Norovirussen zijn heel besmettelijke virussen, die zorgen voor een ontsteking van het slijmvlies in het maag-darmkanaal. In de volksmond wordt dit vaak ‘buikgriep’ genoemd.

Wat zijn de klachten?

  • Diarree
  • (heftig) Braken
  • Buikpijn
  • Buikkrampen
  • Koorts
  • Hoofdpijn

De klachten ontstaan één tot drie dagen nadat je het virus binnenkrijgt. Na maximaal vier dagen zijn de klachten meestal weer verdwenen. Bij jonge kinderen, ouderen en mensen met een verzwakte afweer kunnen de klachten langer aanhouden en zijn ze vaak ook heviger. Hierbij kan uitdroging ontstaan.

Hoe raak je besmet met het norovirus?

Het zeer besmettelijke norovirus wordt overgedragen via ontlasting en braaksel. Als de patiënt heeft gebraakt, is besmetting via de lucht ook mogelijk. Het virus wordt onder andere overgebracht als je je handen niet goed wast na een toiletbezoek of voor het eten. Ook als je eten niet hygiënisch klaarmaakt, kun je het virus overdragen.

Wat kun je doen om besmetting met het norovirus te voorkomen?

  • Als het kan, moet de patiënt een eigen toilet gebruiken;
  • Maak dit toilet vaker en grondiger schoon;
  • Was vaker je handen;
  • De patiënt mag geen eten klaarmaken.

Is er een behandeling tegen het norovirus?

Er is geen medicijn voor de behandeling van het norovirus. Bij de meeste mensen verdwijnen de klachten snel. Het is wel belangrijk dat de patiënt voldoende vocht, suikers en zouten (ORS) binnenkrijgt om niet uit te drogen. Kies voor licht verteerbeer eten en vermijd alcohol en koolzuurhoudende dranken. Bij twijfel over je herstel kun je contact opnemen met de huisarts.

Wat doet de GGD?

Als er een uitbraak is van diarree of braken, dan kan de GGD worden ingeschakeld om onderzoek te doen naar de oorzaak hiervan. Daarnaast kan de GGD adviseren over passende hygiënemaatregelen om te voorkomen dat meer mensen ziek worden.

Dengue

Wat is dengue?

Dengue (of knokkelkoorts), is een virusinfectie die wordt overgebracht door de Aedesmug. Deze mug komt voor in tropische gebieden. De ziekte komt af en toe voor bij mensen die een tropisch land hebben bezocht waar de ziekte voorkomt. De infectie die ontstaat na een steek van de Aedesmug, kan van mens op mens worden overgedragen.

Dengue komt steeds meer voor voor in de stedelijke gebieden van Midden- en Zuid-Amerika, het Indiase subcontinent en Afrika. Vooral tijdens het regenseizoen kan de ziekte epidemische proporties aannemen. Dengue komt naar schatting voor bij 1 op 100 tot 1000 reizigers. De Aedes-mug verblijft met name in en rond de steden. De mug rust in huis en steekt overdag, vooral in de vroege ochtend en late namiddag.

Wat zij de symptomen van dengue?

Acute koorts, hoofdpijn en vaak uitgesproken spierpijn. Na 3 tot 4 dagen kan een vlekkerige huiduitslag ontstaan. Heel soms ontstaan huid- en slijmvliesbloedingen.
De kans op deze ernstige verschijnselen is 10 maal hoger als men al een keer dengue heeft gehad.

Hoe verklein ik de kans op een besmetting met dengue?

· Draag bedekkende kleding, ook overdag.
· Gebruik een muggenwerend middel voor de niet-bedekte delen.
· Zorg dat de kamers mugvrij zijn.

Meer weten over dengue?

Kijk dan op de website van het RIVM.

MERS-Coronavirus

Wat is het MERS-Coronavirus?

Het MERS-Coronavirus kan heel ernstige luchtwegklachten veroorzaken. Patiënten hebben last van koorts, hoesten, kortademigheid en soms braken of diarree. Vanwege de ernstige klachten worden deze mensen opgenomen in het ziekenhuis.

Sinds 2012 veroorzaakt het MERS-coronavirus een uitbraak in het Midden Oosten, in de landen Saoedi-Arabië, Verenigde Arabische Emiraten, Qatar, Oman en Jordanië.

De GGD adviseert mensen met een zwakkere gezondheid of met een chronische ziekte om met de behandelend (huis)arts te overleggen of het op dit moment wel verstandig is om een reis naar het Midden-Oosten te maken. Dat geldt ook voor zwangeren, kinderen jonger dan 12 jaar en ouderen boven 65 jaar. Bij gezonde en jongere mensen is de ziekte vaak minder ernstig.

Het is nog niet helemaal duidelijk hoe iemand het virus precies oploopt. Daar wordt onderzoek naar gedaan. Het virus komt ook voor bij dromedarissen in het Midden-Oosten. Daarom vermoedt men dat het virus voornamelijk door deze dieren op mensen wordt overgedragen. Overdracht van mens op mens gebeurt bijna nooit. Als dat wel het geval is, gebeurt het meestal in het ziekenhuis.

Hoe kan ik de kans op besmetting verkleinen?

  • Vermijd contact met boerderijen, huisdieren en wilde dieren (met name dromedarissen);
  • Verhit het eten voldoende;
  • Eet geen rauw voedsel;
  • Drink geen rauwe melk;
  • Was fruit en groeten met gekookt water of flessen water;
  • Was vaak je handen met zeep.

Wat kan ik doen bij klachten (koorts, hoesten, kortademigheid, braken of diarree) tijdens de reis?

  • Vermijd zoveel mogelijk contact met anderen;
  • Bij hoesten of niezen je neus en mond bedekken met een tissue, en probeer daarna je handen te wassen of een desinfecterend middel (handalcohol) te gebruiken;
  • Zoek medische hulp zoeken bij lokale artsen, als dat nodig is.

Krijg je binnen twee weken na terugkeer uit het Midden-Oosten last van bovenstaande klachten, neem dan direct contact op met je huisarts en zeg dat je in het Midden-Oosten bent geweest.

MRSA

Wat is MRSA?

De Meticilline Resistente Staphylococcus Aureus, MRSA, is een stafylokok. Stafylokokken zijn bacteriën die veel voorkomen bij gezonde mensen, zonder dat zij daar last van hebben. De MRSA is een bijzondere stafylokok want hij is ongevoelig (resistent) voor behandeling met de meeste antibiotica. In Nederland komt MRSA regelmatig voor.

Lees hier de meest gestelde vragen over MRSA

Lees ook: Suske en Wiske 'Tante Biotica'

Forensische geneeskunde

Arrestantenzorg

Wie in een politiecel zit, mag om een arts vragen. De GGD-arts neemt dan de rol van huisarts over. Het komt ook voor dat de politie zelf een arts inschakelt.

Bijvoorbeeld als een arrestant onder invloed van alcohol en/of drugs is of als het bekend is dat hij of zij een ziekte heeft waarvoor een behandeling met medicijnen noodzakelijk is (zoals bijvoorbeeld astma, epilepsie, suikerziekte of drugsverslaving). Ook kan de forensische arts gevraagd worden om op het politiebureau te beoordelen of psychiatrische of andere hulp noodzakelijk is.

Lijkschouw

Als iemand overlijdt na een ongeval, euthanasie, een misdrijf of bij zelfmoord, is er sprake van een niet-natuurlijke dood. In al deze gevallen mag de behandelend arts geen overlijdenspapieren tekenen en wordt de gemeentelijk lijkschouwer ingeschakeld.

Deze is benoemd door de burgemeester. Ook als een behandelend arts twijfels heeft of zijn/haar patiënt wel aan een natuurlijke doodsoorzaak is overleden, moet hij of zij meteen een gemeentelijk lijkschouwer daarover informeren. De gemeentelijk lijkschouwer onderzoekt dan het lichaam (alleen uitwendig) en de omstandigheden rondom het overlijden. Dit gebeurt vaak samen met de politie/technische recherche. Op deze manier wordt de eventuele niet natuurlijke doodsoorzaak achterhaald en wordt het tijdstip van overlijden vastgesteld. Ook kan de arts de Officier van Justitie adviseren, bijvoorbeeld om een verzoek in te dienen voor een gerechtelijke sectie (autopsie) bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) in Den Haag. 

Bloedafname

Als iemand wordt aangehouden voor rijden onder invloed van alcohol of drugs, of medicijnen die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden, wordt de forensisch arts soms gevraagd om bloed af te nemen.

Op deze manier kan het gehalte aan alcohol, drugs of medicijnen bepaald worden. Bij alcohol gebeurt dat alleen als de blaastest (wettig bewijs) niet lukt, of als de ademanalyse niet kan worden uitgevoerd (bijvoorbeeld bij opname in een ziekenhuis vanwege letsel dat ontstaan is door het gevolg van een ongeval na rijden onder invloed). Als er materiaal afgenomen moet worden om een DNA-profiel te maken, kan de forensisch arts gevraagd worden om een uitstrijk te maken van het wangslijmvlies.

Letselbeschrijving

Bij geweldsmisdrijven vraagt de politie soms aan de forensisch arts om een beschrijving te geven van het aangetroffen letsel.

Die beschrijving kan gebruikt worden bij de opsporing en bij een eventuele rechtszaak. Dat kan zowel bij het slachtoffer, als bij de potentiële verdachten van het misdrijf gebeuren. 

Ook bij zedenmisdrijven vraagt de politie (alleen met toestemming van het slachtoffer) aan de forensisch geneeskundige om onderzoek te doen om sporen te verzamelen (veilig te stellen) en vastgestelde letsels te beschrijven. Hierbij wordt gebruikgemaakt van een door het NFI ontwikkelde Ondezoeksset Zedenmisdrijven. 

Seksuele Gezondheid professionals

Voorlichtingsmateriaal

Wij hebben voorlichtingsmateriaal te leen zoals lesmethodes, folders, gadgets en spelen om bijvoorbeeld jongeren over seksuele gezondheid te informeren.

De GGD sluit hiermee zoveel mogelijk aan op actuele landelijke campagnes over seksuele gezondheid, ontwikkeld door Soa Aids Nederland en Rutgers WPF. Zo worden er vaak ludieke acties georganiseerd in de jaarlijkse ‘Week van de Liefde’. Ook is de GGD vaak met voorlichtingsmaterialen op diverse evenementen en festivals in de regio aanwezig.

Acties en gadgets

Wil je een activiteit uitvoeren rondom het thema seksuele gezondheid? En heb je daar ondersteuning bij nodig? Neem vrijblijvend contact met ons op via seksenzo@ggdnog.nl.

Lesmateriaal

De GGD leent gratis lesmateriaal uit aan professionals, zoals leskisten, spellen, dvd’s en boeken over seksuele gezondheid en aanverwante thema’s als weerbaarheid, seksuele diversiteit en anticonceptie. Ga voor meer informatie en het reserveren van lesmaterialen naar de Internetcatalogus van de GGD of neem contact op met Margreet Dragt: 088 443 3169 of Maureen Maneschijn: 088 443 3359 of via documentatiecentrum@ggdnog.nl 

Docentenworkshops

GGD Noord- en Oost-Gelderland informeert en instrueert docenten over relationele en seksuele gezondheid en het signaleren van seksueel gezond én grensoverschrijdend gedrag. Interesse in een workshop? Mail dan naar seksenzo@ggdnog.nl.

Workshop: Lang Leve de liefde

De workshop Lang leve de liefde biedt professionals handvatten om zelf lessen en voorlichting over seksuele gezondheid en seksuele weerbaarheid te geven en om problemen te signaleren bij jongeren ten aanzien van seksuele gezondheid.

  • Workshop op aanvraag
  • Duur: 2,5 uur
  • Bij deelname van tenminste 8 personen is de workshop kosteloos

Aanmelden of meer informatie? Mail naar seksenzo@ggdnog.nl.

Workshop: Social media en seks

In samenwerking met de Zedenpolitie geeft de GGD een workshop over gevaren van sexting & grooming op het voortgezet onderwijs. Tijdens deze interactieve workshop krijgt u handvatten om zelf met deze onderwerpen aan de slag te gaan op uw school.

  • Workshop op aanvraag
  • Duur: 2,5 uur
  • Bij deelname van tenminste 8 personen is de workshop kosteloos

Aanmelden of meer informatie? Mail naar seksenzo@ggdnog.nl.

Workshop: signaleren van seksueel gezond en grensoverschrijdend gedrag

De GGD informeert en instrueert professionals bij het (vroegtijdig) signaleren van seksueel gezond én grensoverschrijdend gedrag door middel van de methode: Het Vlaggensysteem.

  • Workshop op aanvraag
  • Duur: 2,5 uur
  • Bij deelname van tenminste 8 personen is de workshop kosteloos

Aanmelden of meer informatie? Mail naar seksenzo@ggdnog.nl.

Workshop: Seksuele diversiteit

Tijdens deze interactieve workshop krijg je handvatten om homoseksualiteit bespreekbaar te maken met jongeren. Ook worden er cijfers en feiten verteld en laten we (les)materialen zien. Wanneer mogelijk is ook het COC bij de workshop aanwezig.

  • Workshop op aanvraag
  • Duur: 2,5 uur
  • Bij deelname van tenminste 8 personen is de workshop kosteloos

Aanmelden of meer informatie? Mail naar seksenzo@ggdnog.nl.

Week van de lentekriebels

De Week van de Lentekriebels is een nationale projectweek, waarin aan kinderen van groep 1 t/m 8 van het basisonderwijs een hele week relationele en seksuele vorming gegeven wordt. De GGD ondersteunt scholen bij de voorbereiding en uitvoering van de projectweek.

  1. Scholen kunnen voorafgaand aan de Week van de Lentekriebels een workshop voor docenten organiseren. De workshop besteedt aandacht aan het belang van relationele en seksuele vorming, de seksuele ontwikkeling van kinderen en geeft tools hoe scholen in gesprek kunnen gaan met ouders en kinderen. Daarnaast is er aandacht voor praktische voorbeelden om de projectweek in te vullen. 
  2. Het is aan te raden om ouders zorgvuldig te informeren over de Week van de Lentekriebels. Eén van de mogelijkheden om ouders te informeren is het organiseren van een ouderavond. De school heeft de mogelijkheid een jeugdverpleegkundige van de GGD uit te nodigen om wat te vertellen over relationele- en seksuele vorming, seksuele opvoeding en tot slot is er ruimte voor het bespreken van casussen.

Meedoen aan de Week van de Lentekriebels? Geef uw school dan op bij Rianne Swijtink via: r.swijtink@ggdnog.nl

Meer informatie: https://www.seksuelevorming.nl/onderwijssoort/basisonderwijs/week-van-de-lentekriebels

Week van de liefde

Week van de liefde is een educatief project over verliefdheid, liefde, relaties en seksualiteit voor jongeren. VO scholen organiseren dit meestal elk jaar rond Valentijnsdag, in samenwerking met de GGD.

Week van de liefde is een educatief project over verliefdheid, liefde, relaties en seksualiteit voor jongeren op het VO. Het project zorgt er voor dat seksualiteit op een leuke en speelse manier bespreekbaar wordt gemaakt. Het kan door scholen op elk gewenst moment in het jaar uitgevoerd worden. De GGD ondersteunt docenten van leerlingen van het voortgezet onderwijs bij de organisatie en indien mogelijk bij de uitvoering van de activiteiten in de Week van de Liefde. Wil uw school hieraan mee doen? Mail dan naar seksenzo@ggdnog.nl.

Peerproject Love & Sens(e)uality

Op alle roc's in de regio wordt ieder jaar een speciaal project georganiseerd rondom relaties en seksualiteit. In dit project worden studenten uit leerjaar 3 door middel van liefdeslessen opgeleid om zelf voorlichting te geven aan eerstejaars studenten. Dit wordt ook wel ‘peereducatie’ genoemd. Het project wordt afgesloten met de Dag van de liefde.

Het peerproject bestaat uit drie onderdelen:

  1. De docentenworkshop: ‘Lang Leve de Liefde’. Docenten worden getraind door GGD NOG in het geven van lessen over seksualiteit aan de hand van het lespakket, de ondersteunende materialen en website van Lang Leve de Liefde.
  2. De lessenserie: Door middel van de lesmodule worden studenten (klassikaal) opgeleid tot peereducators, die seksualiteit bespreekbaar kunnen maken met andere jongeren. De lesmodule bestaat uit 6 lessen: ‘Liefde en relaties’, ‘De geslachtsorganen, menstruatiecyclus en anticonceptie’, ‘Veilig vrijen, soa en Sense’, Seksualiteit en weerbaarheid’ en ‘Seksuele diversiteit’. Daarnaast wordt een aantal lessen besteed aan het voorbereiden van de eindopdracht, met aandacht voor didactische en presentatievaardigheden. De lessen worden gegeven door GGD NOG en de docenten.
  3. De eindopdracht ‘De Dag van de Liefde’: De peereducators geven voorlichting aan andere studenten van het ROC over het onderwerp Seksuele Gezondheid.

Lees het ervaringsverhaal van ROC Aventus in Apeldoorn.

Lees meer over de interventie en de erkenning van het loket gezond leven.

Of mail naar seksenzo@ggdnog.nl voor meer informatie.

Training Vlaggensysteem

GGD Noord- en Oost-Gelderland geeft trainingen aan professionals die met jongeren en kinderen werken.

Merk je wel eens seksueel grensoverschrijdend gedrag bij kinderen en/of jongeren?

Hoe pak je dat aan? Wat doe je bijvoorbeeld wanneer een jongere een seksueel getinte opmerking maakt naar een leeftijdsgenoot, of naar jou? Het ‘Vlaggensysteem’ helpt! Met deze methodiek leer je hoe je seksueel grensoverschrijdend gedrag kunt duiden. En hoe je hierover in gesprek gaat.

Aanmelden en meer informatie

De training wordt ook op aanvraag voor minimaal 8 personen (eventueel in company) gegeven. Stuur een e-mail naar Carolien Gooiker: c.gooiker@ggdnog.nl.

Aanbod seksuele diversiteit

Wil je aandacht besteden aan het thema Seksuele Diversiteit met jongeren, maar weet je niet waar je de juiste materialen kunt vinden? Of heb hulp nodig in de uitvoering?

Of neem hieronder contact met ons op via het contactformulier op de pagina.



Meisjes besnijdenis/ VGV

GGD Noord- en Oost-Gelderland en GGD IJsselland werken nauw samen op het gebied van de preventie van meisjesbesnijdenis en het nazorgspreekuur voor vrouwen die in het land van herkomst besneden zijn.

Meisjesbesnijdenis of Vrouwelijke Genitale Verminking (VGV) is een ingreep aan de uitwendige geslachtsorganen, waarvoor geen medische noodzaak is.

Er zijn verschillende vormen van VGV: vaak wordt de clitoris gedeeltelijk of geheel verwijderd, soms ook de kleine schaamlippen en soms de grote schaamlippen. In sommige culturen wordt de vaginale opening vernauwd door het wegsnijden en aan elkaar hechten van de kleine en/of grote schaamlippen, met of zonder verwijdering van de clitoris. 

Situatie in Nederland
In Nederland beschouwen we meisjesbesnijdenis als een ernstige vorm van kindermishandeling. Het is een medische ingreep die niet noodzakelijk is en die tot ernstige gezondheidsrisico’s kan leiden. Alle vormen van meisjesbesnijdenis zijn in ons land verboden en strafbaar. Maar ook als ouders hun dochter in het buitenland laten besnijden, terwijl ze in Nederland wonen, kunnen zij daar voor gestraft worden.

Nazorgspreekuur voor vrouwen die besneden zijn
Vrouwen die besneden zijn, kunnen problemen hebben op lichamelijk, psychisch en/of sociaal gebied. Het is belangrijk dat deze vrouwen goede nazorg krijgen. Zij kunnen hiervoor naar het speciale ‘nazorgspreekuur’, waar zij gratis en anoniem met al hun vragen terecht kunnen. Waar nodig wordt een vrouw verwezen naar specialistische hulpverlening.

Vragen of afspraak maken?
Voor dit nazorgspreekuur kunt u terecht bij onze speciaal daarvoor verpleegkundigen. 
Heeft u vragen, of wilt u een afspraak maken voor het nazorgspreekuur? Stuur dan een e-mail naar nazorgspreekuur@ggdnog.nl. De verpleegkundige neemt zo snel mogelijk contact met u op.

Folders

 

Prostitutie en escortclubs

Wij bieden aan vrouwen/mannen werkzaam in de prostitutie, massagesalons en escortclubs, een soa-onderzoek en hepatitis B vaccinatie aan.

Vrouwen/mannen kunnen bij het prostitutieteam terecht met vragen over gezondheid, seksualiteit, anticonceptie e.d. 
Een team van verpleegkundigen bezoekt met vaste regelmaat clubs in de regio. Zo nodig kunnen de vrouwen/mannen voor onderzoek en vaccinaties terecht op de verschillende locaties van de GGD. 

Heeft u vragen?
Neem dan contact op met GGD Noord- en Oost-Gelderland 088 – 443 30 00, en vraag naar het team seksuele gezondheid. Of stel uw vraag per e-mail: seksenzo@ggdnog.nl.

Loverboys

Loverboys, social media en internet: wat kunt u doen?

Loverboys

Loverboys vinden hun slachtoffers vaak via het internet en social media. Sexting en grooming bijvoorbeeld zijn voor de meeste professionals geen onbekende fenomenen. Veel jongeren krijgen ermee te maken.

Ketenaanpak

Om deze problematiek een halt toe te roepen is er een ketenaanpak Loverboys en Jeugdprostitutie opgericht in de regio Noord- en Oost-Gelderland. Vanuit de ketenaanpak worden er verschillende activiteiten georganiseerd om professionals in onderwijs en jongerenwerk, ouders en jongeren te informeren, te leren signaleren en te leren handelen bij vermoedens van loverboyproblematiek en misbruik via het internet/sociale media. Volg ons via instagram: Team Aanpak Loverboys

Trainingsdag herkennen en signaleren loverboyproblematiek, sexting en grooming

Op dinsdag 3 december 2019 organiseert de ketenaanpak een trainingsdag voor professionals werkzaam in gemeente Apeldoorn of de Achterhoek. De training is vol maar je kunt je nog inschrijven op de reservelijst via preventieloverboys@ggdnog.nl.

Gastlessen

Zo kunnen V(S)O scholen gastlessen ‘Loverboys, social media en internet’ voor leerlingen aanvragen en kan er een ouderavond over het thema georganiseerd worden.

Heeft u interesse? 

Neem dan contact met ons op! Dat kan via e-mail: preventieloverboys@ggdnog.nl

Nu niet zwanger

Nu Niet Zwanger

GGD Noord- en Oost-Gelderland coördineert het programma ‘Nu Niet Zwanger’. Hiermee ondersteunen we kwetsbare (potentiële) ouders de regie te nemen over hun kinderwens, seksualiteit en anticonceptie. Zij gebruiken vaak geen anticonceptie door gebrek aan kennis, ondersteuning of geldgebrek. Dat kan komen door verslaving, illegaliteit, psychische problemen, verstandelijke beperking, of een combinatie ervan. De geboorte van (meer) kinderen kan de (bestaande) problemen verergeren.

Nu Niet Zwanger wil cliënten bewust maken van hun situatie en de mogelijke gevolgen van een (volgende) zwangerschap. Als hulpverleners het gesprek aangaan krijgen (potentiële) ouders de kans afwegingen te maken over hun huidige situatie en kunnen zij tot een vrijwillige anticonceptiekeuze komen. Wanneer de cliënt kiest voor anticonceptie wordt er ook ondersteuning geboden bij verstrekking en plaatsing.

Training

De aanpak van nu niet zwanger wordt zoveel mogelijk onderdeel van reguliere zorgverlening. Via het projectteam Nu Niet Zwanger (NNZ) krijgen hulpverlenings- organisaties een training voor aandachtsfunctionarissen aangeboden. De training is gericht op het overdragen van kennis m.b.t. de methodiek van het project. Het gaat ook in op anticonceptiemiddelen en vaardigheden voor de gespreksvoering met cliënten.

Aandachtsfunctionaris

De aandachtsfunctionaris draagt opgedane kennis en vaardigheden over aan collega’s. Doel is dat hulpverleners zelf volgens deze specifieke methode in gesprek gaan met hun (kwetsbare) cliënten over hun kinderwens en het toekomstbeeld dat zij daarbij hebben. Met de cliënt wordt besproken of het in deze fase van hun leven wenselijk is aan die kinderwens te voldoen en hoe deze (tijdelijk) uit te stellen. 

Pilots in Tilburg en Rotterdam hebben aangetoond dat deze methode werkt. Ruim 80% van de cliënten besloot tot langdurige anticonceptie.

Casus uit onze regio

Natasha is 19 alleenstaand en psychiatrisch patiënt. Zij heeft al twee kinderen, die zij beiden heeft moeten afstaan omdat zij er niet voor kan zorgen. Dit heeft veel leed veroorzaakt. Haar leefwijze is grillig en hulpverleners vrezen een volgende zwangerschap. Een gesprek heeft haar doen besluiten over te gaan tot anticonceptie. Hulpverleners zijn meegegaan naar de apotheek, de anticonceptie is betaald en er was ook begeleiding bij de plaatsing. Natasha leidt nog steeds een zeer onrustig en instabiel leven, maar daarin is wel de rust gekomen dat zij niet ook nog eens zwanger raakt.

Meer informatie

De GGD coördineert en organiseert een netwerk voor (bij)scholing en intervisie, evt. vergoeding anticonceptie, extra mogelijkheden voor plaatsing anticonceptie. Neem contact op met het projectteam Nu Niet Zwanger voor meer informatie via nunietzwanger@ggdnog.nl of kijk op www.nunietzwanger.nl.

Training lesgeven in de liefde

Gratis training voor docenten en mentoren. Herken jij deze vragen?

- Welk lesmateriaal kan ik inzetten?
- Moet ik voor seksuele vorming een cijfer geven?
- Hoe beantwoord ik ongemakkelijke vragen?
- Wat als ze bij me komen met liefdesverdriet?

Aanmelden en meer informatie
De training wordt ook op aanvraag voor minimaal 8 personen (eventueel in company) gegeven. Stuur een e-mail naar Carolien Gooiker: c.gooiker@ggdnog.nl.

FAQ Gezondheidsonderzoek groep 2

Wat gebeurt er bij een gezondheidsonderzoek?

Het gezondheidsonderzoek wordt uitgevoerd door de jeugdverpleegkundige. Samen met ouder(s)/verzorger(s) kijkt de jeugdverpleegkundige of het kind goed groeit, hoort en ziet. Er is ook ruimte voor vragen over bijvoorbeeld slapen, eten, bedplassen, computeren en gedrag. Bekijk hier een kort filmpje over dit gezondheidsonderzoek.

Waarvoor wordt de vragenlijst gebruikt?

De vragenlijst is een hulpmiddel bij het gesprek met de jeugdverpleegkundige. Zo kan de jeugdverpleegkundige zien wat belangrijk is voor jullie om te bespreken. Ook geeft het een beeld over de ontwikkeling van je kind. 
Je kunt de ingevulde vragenlijst meenemen naar het gezondheidsonderzoek. Alleen de jeugdverpleegkundige kan de vragenlijst inzien en wanneer het nodig is de jeugdarts ook. 

Vragen over het invullen van de vragenlijst
  • De school van mijn kind komt niet voor in het keuzemenu. Wat moet ik doen?
    Mogelijk is er een fout opgetreden. Je kunt een bericht sturen naar jgz@ggdnog.nl met de naam en plaats van de school.

  • Kan ik de vragenlijst tussentijds opslaan en later verder gaan met invullen?
    Nee,je kunt de vragenlijst niet tussentijds opslaan. De ingevulde antwoorden blijven niet bewaard als je de sessie afsluit zonder af te ronden. Even pauzeren kan wel. Een openstaande sessie verloopt pas na enkele uren.

  • Kan ik de ingevulde antwoorden nog aanpassen?
    Je kunt de antwoorden aanpassen als je de vragenlijst nog niet hebt afgerond. Je kunt ook terug naar vorige pagina’s. Een afgeronde vragenlijst kan niet meer worden gewijzigd. 

  • Hoe wordt de vragenlijst bewaard?
    De vragenlijst wordt opgeslagen in een beveiligde omgeving en is alleen toegankelijk voor de jeugdverpleegkundige en jeugdarts van de GGD. De ingevulde vragenlijst wordt maximaal twee jaar bewaard.

  • Er lijkt een storing te zijn waardoor ik niet verder kan. Wat nu?
    Het zou fijn zijn als je de storing meldt bij jgz@ggdnog.nl, zodat het probleem zo snel mogelijk verholpen kan worden.
Ik wil liever geen gebruik maken van het gezondheidsonderzoek

Het invullen van vragenlijsten en/of meedoen met een gezondheidsonderzoek is niet verplicht. Wil je geen gebruik maken van het gezondheidsonderzoek? Stuur dan een e-mail naar jgz@ggdnog.nl. Vermeld de naam en geboortedatum van het kind dat niet meedoet met het onderzoek.

Ik hoor van andere ouders uit de klas van mijn kind dat zij een uitnodiging hebben gehad voor een gezondheidsonderzoek. Waarom heb ik geen uitnodiging gehad?

De GGD nodigt kinderen uit rond de leeftijd van 5 jaar. Het kan zijn dat jouw kind jonger is dan de andere kinderen. Je kind ontvangt dan volgend jaar een uitnodiging.

De meeste scholen sturen de uitnodiging per mail door naar ouders. Er kunnen dan een paar dingen aan de hand zijn:
- De uitnodiging is in uw 'spambox' terecht gekomen.
- De school beschikt niet over het juiste e-mailadres. 

Ik heb een uitnodiging gehad, maar er staat geen tijd en datum in?

De school heeft een overzicht van de geplande onderzoeken ontvangen. Het kan zijn dat school vergeten is om dit overzicht mee te sturen. Je kunt daarom het beste contact opnemen met de school. 

Ik kan niet op het tijdstip waarop ik ben ingepland. Wat nu?

Misschien kun je onderling met andere ouders ruilen? Je hoeft de GGD dan niet op de hoogte te stellen.
Lukt het niet om te ruilen? Bel dan zo snel mogelijk met de GGD, telefoonnummer 088 - 443 31 00. Dat kan van maandag tot en met vrijdag tussen 8.00 en 12.00 uur.

Ik heb een SMS-herinnering ontvangen, maar de gegevens in het bericht kloppen niet.

Als je geruild hebt met een andere ouder, dan klopt het bericht niet.
Heb je niet geruild, en klopt het bericht niet? Stuur dan een mail naar jgz@ggdnog.nl. Vermeld de naam en geboortedatum van je kind, zodat wij de afspraak kunnen controleren.

Ik heb geen SMS-herinnering ontvangen. Hoe komt dat?

De GGD beschikt niet automatisch over mobiele telefoonnummers. Het kan zijn dat de GGD nog niet over jouw telefoonnummer beschikt. Tijdens het gezondheidsonderzoek kun je je telefoonnummer aan ons doorgeven.

Mijn kind is niet aan de beurt voor een gezondheidsonderzoek. Toch zou ik graag een afspraak willen maken voor vragen, advies of informatie. Kan dat?

Op elke school houdt de Jeugdverpleegkundige inloopspreekuren. Je kunt op school vragen wanneer er een inloopspreekuur JG is. Je kunt ook altijd mailen of bellen naar onze jeugdverpleegkundige.

Hoe zit het met privacy en klachten?

FAQ Gezondheidsonderzoek groep 6

Hoe gaat het meten en wegen in groep 6?

De kinderen van groep 6 komen om de beurt bij de assistente van de Jeugdgezondheid. Dat kan tijdens een gewone les, of tijdens een gymles. Tijdens een gewone les meet en weegt de assistente de kinderen in hun kleding, zonder schoenen. Als het tijdens een gymles is, meet en weegt de assistente de kinderen in gymkleding. Ouders hoeven hier niet bij aanwezig te zijn.

Ik wil toch graag bij het meten en wegen aanwezig zijn. Kan dit?

Dat kan. Wij horen dat graag uiterlijk drie dagen van tevoren. In de informatie die je van school kreeg, staan de contactgegevens van de assistente die komt meten en wegen. 

Het meten en wegen gebeurt soms tijdens een gymles. Geeft de Jeugdgezondheid ook de gymles?

Nee, de JG meet en weegt alleen.

Ik wil liever niet dat de Jeugdgezondheid mijn kind meet en weegt.

Dat horen wij graag uiterlijk drie dagen van tevoren van je. In de informatie die je van school kreeg, staat het e-mailadres van de assistente JG die komt meten en wegen.
Controleert een andere professional lengte en gewicht van je kind al? Ook dan horen wij dit graag drie dagen van tevoren.

Wat gebeurt er met de uitslag?

In verband met de privacy wordt de lengte en gewicht niet meegegeven aan je kind. 
De Jeugdgezondheid registreert lengte en gewicht in het digitaal dossier JG. Hier staan ook de resultaten van eerdere metingen. Zo krijgt de JG een goed beeld van de groei van jouw kind. 

Als je niets hoort, dan groeit je kind goed. Bij vragen of bijzonderheden neemt de JG contact met de ouders op, dit (school)jaar. Samen met jullie kijken we of het nodig is om een afspraak te maken. Dat kan een afspraak zijn met de jeugdverpleegkundige of met de jeugdarts.

De Jeugdgezondheid heeft geen contact met mij opgenomen, maar ik heb wel vragen over de groei van mijn kind.

Je kunt contact met ons opnemen als je graag de lengte en het gewicht van uw kind wilt weten of bespreken. Als je het fijn vindt, maken we een afspraak samen met je kind.
Voor vragen, advies en informatie kun je ook altijd terecht bij het inloopspreekuur van de Jeugdgezondheid op school. Vraag op uw school wanneer er weer een inloopspreekuur is.

Wat is het digitaal dossier Jeugdgezondheidszorg?

Klik hier voor meer informatie over het digitaal dossier Jeugdgezondheidszorg.
Of klik hier voor meer informatie over het dossier Gezondheidszorg op Groter Groeien.

Hoe zit het met de privacy van mijn kind?

FAQ Gezondheidsonderzoek klas 1

Wat gebeurt er bij een gezondheidsonderzoek?

Het gezondheidsonderzoek is een check die laat zien hoe het met de leerling gaat. De jeugdverpleegkundige van de Jeugdgezondheid voert dit onderzoek uit. Tijdens het onderzoek bespreekt de jeugdverpleegkundige met de leerling zijn/haar gezondheid. Ook meet de jeugdverpleegkundige de lengte en het gewicht. Natuurlijk kunnen er ook vragen gesteld worden. 

Bekijk hier een kort filmpje over dit gezondheidsonderzoek.

Waarvoor wordt de vragenlijst gebruikt?

Als de leerling dit graag wil, kunnen ouder(s)/verzorger(s) bij dit onderzoek zijn. De leerling kan dit aan de jeugdverpleegkundige laten weten. De contactgegevens staan in de uitnodiging.

Waarvoor wordt de vragenlijst gebruikt?

De vragenlijst is een hulpmiddel bij het gesprek met de jeugdverpleegkundige. De leerling en de jeugdverpleegkundige bespreken de antwoorden op de vragen. Alles wat is ingevuld, of wordt besproken, is vertrouwelijk. Alleen de jeugdverpleegkundige kan de vragenlijst inzien en wanneer het nodig de jeugdarts ook. 

Vragen over het invullen van de vragenlijst
  • Mijn school komt niet voor in het keuzemenu. Wat moet ik doen?
    Mogelijk is er een fout opgetreden. Je kan een bericht sturen naar jgz@ggdnog.nl met de naam en plaats van jouw school.

  • Kan ik de vragenlijst tussentijds opslaan en later verder gaan met invullen?
    Ja, met het account dat je hebt aangemaakt kan je op een later moment weer inloggen. De antwoorden die je al had ingevuld blijven bewaard.

  • Kan ik de ingevulde antwoorden nog aanpassen?
    Je kunt de antwoorden aanpassen als je de vragenlijst nog niet hebt afgerond. Je kunt ook terug naar vorige pagina’s. Een afgeronde vragenlijst kan niet meer worden gewijzigd. 

  • Hoe wordt de vragenlijst bewaard?
    De vragenlijst wordt opgeslagen in een beveiligde omgeving en is alleen toegankelijk voor de jeugdverpleegkundige en jeugdarts van de GGD. De ingevulde vragenlijst wordt maximaal twee jaar bewaard.
Problemen met inloggen?

Soms lukt het niet om in te loggen. Dit heeft verschillende oorzaken. Je kunt ze vaak zelf oplossen:

  • Eerder ontvangen inlogcode
    Heb je eerder een persoonlijke inlogcode ontvangen? Deze code kun je niet meer gebruiken voor het aanmaken van je account. Je maakt een eigen account aan.

  • Geen bevestigingsmail ontvangen?
    - Hoogstwaarschijnlijk is de bevestigingsmail als 'spam' aangezien en staat de bevestigingsmail in je 'spambox' of bij 'ongewenste email'.
    - Toch geen bevestigingsmail ontvangen? Dan heb je misschien een niet correct e-mailadres gebruikt. 

  • Er lijkt een storing te zijn waardoor ik niet verder kan. Wat nu?
    Het zou fijn zijn als je de storing meldt bij jgz@ggdnog.nl, zodat het probleem zo snel mogelijk verholpen kan worden.
     
  • Ik krijg de melding ‘mijn emailadres al is gebruikt’
    Stuur een mail naar jgz@ggdnog.nl

  • Na het klikken op de bevestigingslink kan ik niet inloggen
    Als je klikt op de bevestigingslink in de bevestigingsmail kom je terug op de site van 'Check het Even'. Hier vul je de gegevens van de gemaakte account in (je e-mailadres en je eigen gemaakte wachtwoord).
Ik wil liever geen gebruik maken van het gezondheidsonderzoek.

Het invullen van vragenlijsten en/of meedoen met een gezondheidsonderzoek is niet verplicht. Wil je niet meedoen aan het gezondheidsonderzoek? Stuur dan een e-mail naar jgz@ggdnog.nl. Noem in ieder geval je naam en geboortedatum.

Hoe zit het met de privacy?
Ik ben niet aan de beurt voor een gezondheidsonderzoek. Toch zou ik graag een afspraak willen maken voor vragen, advies of informatie. Kan dat?

Ja dat kan, je kunt altijd mailen of bellen naar onze jeugdverpleegkundige: jgz@ggdnog.nl of 088 – 443 31 00 (tussen 8.00-12.00 uur). 

Maatschappelijke Zorg professionals

Het Vangnet - Zutphen

Het Vangnet - Zutphen probeert door middel van ketensamenwerking de kwaliteit van leven van sociaal kwetsbare mensen met zorg mijdend gedrag én van hun omgeving te verbeteren.

Deze doelstelling wordt gerealiseerd door afstemming tussen de verschillende ketenpartners over waar een cliënt al in beeld of in zorg is en door de acties van de verschillende partners te coördineren. Ketensamenwerking voorkomt dat er allerlei verschillende instanties bij een cliënt of gezin betrokken zijn, zonder dat iemand overzicht heeft of de regie voert.

Waar doen we dit?
In de gemeente Zutphen.

Voor wie doen we dit?
In principe voor 18+ cliënten waar sprake is van een multiprobleem situatie. Er zijn vaak indirect minderjarige kinderen betrokken.

Wat is onze werkwijze?
De GGD verzorgt de coördinatie en secretariële ondersteuning van het Vangnet. Het Vangnet komt om de week bij elkaar en wordt voorgezeten door de procesregisseur Vangnet. Ketenpartners kunnen (ook buiten het vangnetoverleg) casussen inbrengen of om advies vragen. De procesregisseur organiseert MDO’s met betrokkenen ketenpartners en vaak ook samen met cliënten.

Met wie werken we samen?
Vaste ketenpartners (die in Zutphen deelnemen aan het vangnetoverleg) zijn GGNet, Bijzonder Zorgteam Deventer, Tactus, Perspectief, Woningcorporatie Ieder1, Politie, Het Plein, Trajectum en het CJG.

Hoe kunt u een aanmelding doen?
Ketenpartners kunnen een casus inbrengen in het vangnetoverleg. Zij kunnen daarnaast telefonisch of per e-mail om advies vragen aan de coördinator, of tussentijds een acute casus voorleggen.

Hoe kunt u ons bereiken?
U kunt ons telefonisch en per e-mail bereiken tijdens kantooruren.
Telefoon : 088 – 443 31 27
E-mail: maatschappelijkezorg@ggdnog.nl 

Procesregie in complexe casussen - Zutphen

In complexe casussen waarbij veel hulpverleners betrokken zijn, ontbreekt vaak de regie. Hierdoor kan de situatie onnodig escaleren. De procesregisseur bewaakt het proces en zal indien nodig opschalen.

Waar doen we dit?
In de gemeente Zutphen.

Voor wie doen we dit?
Voor complexe multiprobleem cliënten (in principe 18+) waar de situatie dreigt te escaleren. Er zijn vaak indirect minderjarige kinderen betrokken.

Wat is onze werkwijze?
In een complexe casus wordt (al dan niet binnen het vangnet) een casusregisseur benoemd. De casusregisseur is inhoudelijk verantwoordelijk en staat in direct contact met de cliënt. De procesregisseur ondersteunt de casusregisseur in het betrekken van andere professionals en organisaties. Zij is bevoegd om in overleg met de casusregisseur betrokken partijen bijeen te roepen voor overleg en afstemming (bijvoorbeeld in een MDO).

Met wie werken we samen?
Ketenpartners waaronder die in het vangnet maar ook breder binnen de gemeente en de regio.

Hoe kunt u een aanmelding doen?
Binnen het vangnetoverleg of via de e-mail of telefoon.

Hoe kunt u ons bereiken?
U kunt ons telefonisch en per e-mail bereiken tijdens kantooruren.
Telefoon : 088 – 443 31 27
E-mail: maatschappelijkezorg@ggdnog.nl

Centrale Toegang Maatschappelijke Opvang

Dak- en thuislozen met psychiatrische en/of verslavingsproblemen die beperkt zelfredzaam zijn, krijgen in de maatschappelijke opvang een persoonlijk traject dat hen helpt een stabieler bestaan op te bouwen, met inkomen, zorg en een dak boven het hoofd.

Het traject is gericht op zoveel mogelijk zelfstandigheid en indien mogelijk uitstroom uit de maatschappelijke opvang naar zelfstandig wonen, al dan niet met begeleiding.

Waar doen we dit?
In de 6 Noord-Veluwse gemeenten in de regio Noord- en Oost-Gelderland: Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek, Putten

Voor wie doen we dit?
Voor mensen die dakloos zijn of dakloos dreigen te raken. Daarnaast spelen vaak tegelijkertijd problemen zoals verslaving, psychiatrische problematiek, gebrek aan sociale contacten, schuldenproblematiek, huiselijk geweld, vervuiling of zorgmijding.

Wat is onze werkwijze?
GGD Noord- en Oost-Gelderland beoordeelt aanvragen voor begeleiding vanuit de Maatschappelijk Opvang. Aanvragen worden gedaan door betrokken hulpverleners die bijvoorbeeld werkzaam zijn bij de nachtopvang. Het besluit over het wel of niet afgeven van een indicatie voor begeleiding vanuit de Maatschappelijke Opvang wordt genomen in een twee wekelijks overleg met ketenpartners. Als er sprake is van spoed of een herindicatie, beslist de GGD zelf over het afgeven van een indicatie. Het besluit wordt teruggekoppeld aan de aanvrager en de cliënt. Als er een indicatie wordt afgegeven, worden de beschikking en het onderzoeksverslag verstuurd naar de cliënt en de instelling waar de beschikking verzilverd gaat worden. 

Daarnaast heeft de centrale toegang een signalerende functie. Als er bijvoorbeeld sprake is van een opvallende toename van aanvragen door adolescenten, of een gebrek aan beschikbare plekken in de nachtopvang, gaat de GGD in gesprek met de opdracht gevende gemeenten.

Met wie werken we samen?
We werken samen met de aanvragende hulpverleners, opvanginstellingen, politie, woningcorporaties, de eigen GGD-collega’s van Team VIA en Maatschappelijke Opvang en de Noord-Veluwse gemeenten. Daarnaast beslissen we in overleg met ketenpartners over het wel of niet toekennen van de indicatie. 

Hoe kunt u een aanmelding doen?
Aanmeldingen worden gedaan door een hulpverlener samen met de cliënt. U kunt een aanmelding doen door het aanmeldformulier in te vullen en ondertekend aan ons op te sturen. Als er vragen zijn, nemen wij contact met u op. 

Hoe kunt u ons bereiken?  
U kunt ons telefonisch en per e-mail bereiken tijdens kantooruren.
Telefoon: 088 – 443 31 27
E-mail: centraletoegang@ggdnog.nl

Centrale Toegang Beschermd Wonen

Er is een groep psychiatrisch patiënten die niet zelfstandig/zelfredzaam genoeg is om zelfstandig te kunnen wonen. Deze mensen kunnen terecht in een Beschermde woonvorm waar ze 24 uur per dag begeleid en ondersteund worden, waardoor zij mogelijk in de toekomst wel weer zelfstandig kunnen gaan wonen.

Een deel van de cliënten heeft daarnaast behoefte aan begeleide dagbesteding. De centrale toegang van GGD NOG beoordeelt of iemand in aanmerking komt voor een indicatie voor Beschermd Wonen al dan niet aangevuld met een indicatie voor dagbesteding.

Waar doen we dit?
In de 6 Noord-Veluwse gemeenten in de regio Noord- en Oost-Gelderland: Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek, Putten.

Voor wie doen we dit?
Voor mensen die niet zelfstandig kunnen wonen en waar sprake is psychiatrische problematiek en/of verslaving waarbij 24 uurs toezicht en nabijheid noodzakelijk is. Daarnaast zijn er vaak problemen op het gebied van financiën, vervuiling, overlast of gevaar voor zichzelf of anderen. Er bestaat overlap met de doelgroep die in de maatschappelijke opvang verblijft. Beschermd wonen is bedoeld voor volwassenen (18+). Indicaties voor jeugd worden afgegeven door het Centrum voor Jeugd en Gezin. Mensen met een verstandelijke beperking (IQ onder de 70) hebben intensieve en langdurige zorg nodig. Indicaties voor verstandelijk beperkten worden afgegeven door het CIZ. 

Wat is onze werkwijze?
De cliënt doet samen met behandelaar of begeleider een aanmelding. Dit kan bijvoorbeeld een WMO-consulent zijn, de betrokken behandelaar van een GGZ instelling, of als de cliënt net 18 is geworden een begeleider vanuit het Centrum voor Jeugd en Gezin. Nadat de aanmelding is ontvangen heeft de GGD acht weken de tijd om tot een besluit te komen. Binnen deze termijn wordt de cliënt en indien nodig de betrokken hulpverlener uitgenodigd voor en gesprek. De GGD neemt haar besluit in samenspraak met ketenpartners. Mocht de GGD besluiten om de aanvraag af te wijzen, komt zij met een onderbouwing en advies over wat wel een goede vorm van begeleiding zou kunnen zijn. Als er wel een beschikking wordt afgegeven, mag de cliënt kiezen waar hij - binnen de 6 Noord-Veluwse gemeenten - beschermd wil gaan wonen. De GGD geeft hierover wel advies.

Beschermd wonen wordt gefinancierd vanuit de WMO. Dit kan op twee manieren worden geregeld. Door een plek die direct wordt gefinancierd vanuit de WMO-gelden van de gemeente, of door middel van een PGB. De GGD beoordeeld of de cliënt al dan niet in staat is om een PGB te beheren en toetst of de kwaliteit van zorg voldoende is.

De Centrale toegang van de GGD heeft ook een signalerende functie. Als er sprake is van (een vermoeden van) misstanden in een Beschermd wonen vorm of een opvallende trend in de problematiek van de doelgroep, overlegt de GGD met de gemeenten.

Met wie werken we samen?
We werken samen met de aanvragende hulpverleners, zorgaanbieders, politie, woningcorporaties, de eigen GGD-collega’s van Team VIA en Beschermd Wonen en de Noord-Veluwse gemeenten. Daarnaast beslissen we in overleg met ketenpartners over het wel/niet toekennen van de indicatie.

Hoe kunt u een aanmelding doen?
Aanmeldingen worden gedaan door een hulpverlener samen met de cliënt. U kunt een aanmelding doen door het aanmeldformulier in te vullen en ondertekend aan ons op te sturen. Wanneer de aanvraag compleet is, ontvangt u van ons een ontvangstbevestiging. 

U kunt ons telefonisch en per e-mail bereiken tijdens kantooruren.
Telefoon: 088 – 443 31 27
E-mail: centraletoegang@ggdnog.nl

Centrale Uitgang

De Centrale Uitgang is bedoeld voor inwoners in de gemeente Harderwijk, Ermelo, Putten, Oldebroek, Elburg en Nunspeet die verblijven in een beschermde woonvorm of in de maatschappelijke opvang.

Bij de Centrale Uitgang kan men een aanvraag indienen om in aanmerking te komen voor een woning via bijzondere toewijzing om uitstroom uit de maatschappelijke opvang en de beschermde woonvorm te bevorderen en de zelfredzaamheid van mensen te vergroten.

Waar doen we dit?
In de 6 Noord-Veluwse gemeenten in de regio Noord- en Oost-Gelderland: Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek, Putten

Voor wie doen we dit?
Voor mensen die verblijven in een voorziening voor beschermd wonen of de maatschappelijke opvang die uit kunnen stromen naar zelfstandig wonen, maar waarbij het niet lukt om huisvesting te vinden.

Wat is onze werkwijze?
GGD Noord- en Oost-Gelderland, Centrale uitgang, beoordeelt aanvragen om in aanmerking te komen voor een woning via bijzondere toewijzing. Elke 4 weken worden de aanvragen besproken binnen een overleg met een afgevaardigde vanuit de woningcorporaties en vanuit de zorgorganisaties. Na dit overleg wordt er een terugkoppeling gegeven van het genomen besluit. Bij een akkoord worden de documenten verzonden naar Uwoon, vervolgens zet Uwoon de zoekopdracht onder de andere woningcorporaties uit. De Woningcorporatie neemt contact op met de aanvrager zodra er een passende woning wordt aangeboden. Bij afwijzing van de woning, zonder gegronde redenen, kan de aanvrager niet meer gebruik maken van de Centrale Uitgang. Bij een afwijzing worden er andere opties meegegeven.

Voorwaarden waaraan moet worden voldoen voor het indienen van een aanvraag:

  • Ingeschreven staan in de gemeente Harderwijk, Ermelo, Putten, Nunspeet, Oldebroek of Elburg
  • Wonen in een voorziening voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang
  • Ingeschreven zijn vanaf datum in zorg bij de zorgorganisatie bij hurennoordveluwe
  • Actief reageren op woningen via hurennoordveluwe
  • Actief zoeken via andere woningaanbieders (kamerverhuur, particuliere aanbieders, antikraakwonen en dergelijke)
  • Voldoende inkomen hebben voor het huren van een woning en de daarbij komende vaste lasten.
  • Traject bij beschermd wonen of de maatschappelijke opvang te hebben doorlopen en toe te zijn aan zelfstandig wonen eventueel met ambulante begeleiding.

Met wie werken we samen?
We werken samen met de aangesloten zorgorganisaties en de woningcorporaties.

Hoe kunt u een aanmelding doen?
Aanmeldingen worden gedaan door een hulpverlener samen met de cliënt. De aangesloten zorgorganisaties zijn op de hoogte van de procedure en in het bezit van het aanmeldformulier.

Hoe kunt u ons bereiken? 
U kunt ons telefonisch en per e-mail bereiken tijdens kantooruren.
Telefoon: 088 – 443 31 27
E-mail: centraleuitgang@ggdnog.nl

Team Vangnet Informatie en Advies

Er zijn mensen waarvan de omgeving (familie, vrienden, buren, betrokken hulpverleners) vindt dat zij hulp nodig hebben, terwijl zij zelf vinden dat ze geen hulp nodig hebben. Het doel is om zowel de situatie van de zorgmijder, als die van zijn/haar omgeving te verbeteren.

Waar doen we dit? 
In de 6 Noord-Veluwse gemeenten in de regio Noord- en Oost-Gelderland: Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek, Putten.

Voor wie doen we dit?
Het team VIA richt zich op kwetsbare volwassenen (18+), die op meerdere leefgebieden problemen ervaren en zelf geen hulpvraag willen of kunnen stellen. Er is bijvoorbeeld sprake van financiële problemen, psychische problemen, eenzaamheid, vervuiling of overlast voor de omgeving.

Wat is onze werkwijze?
Een cliënt kan worden aangemeld door een betrokken hulpverlener, buurman, familielid, politie, of woningcorporatie. Na de melding wordt eerst geïnventariseerd bij welke zorg en/of ondersteuning de persoon al bekend is. Vervolgens wordt de situatie van de persoon en directe omgeving in kaart gebracht. Als er al een zorgverlener betrokken is, kan het team VIA ondersteunen, of in geval van een vastgelopen traject de casus (tijdelijk) overnemen. Het team VIA focust in eerste instantie op het maken van contact met de cliënt. Als er contact is gemaakt, worden er vervolgens samen met de cliënt doelen opgesteld om de situatie te stabiliseren. De omgeving van de cliënt en ketenpartners worden hierbij betrokken. Het team VIA zet zich daarnaast in om de cliënt over te dragen naar reguliere zorg.

Met wie werken we samen?
Het team VIA bestaat uit gedetacheerde medewerkers van verschillende zorgaanbieders uit de regio onder coördinatie van de GGD. Hierdoor is expertise vanuit verslavingszorg, geestelijke gezondheidszorg en maatschappelijke zorg binnen het team vertegenwoordigd. Dit bevordert daarnaast de samenwerking met lokale zorgaanbieders. Daarnaast wordt samengewerkt met de veiligheidskamer, de politie, woningbouwcorporaties en de lokale sociale wijkteams.

Hoe kunt u een aanmelding doen?
U kunt een aanmelding doen door team VIA een e-mail te sturen of telefonisch contact met hen op te nemen via onderstaande contactgegevens. Of vul dit contactformulier in. 

Hoe kunt u ons bereiken?
U kunt ons telefonisch en per e-mail bereiken tijdens kantooruren.
Telefoon: 088 – 443 30 06
E-mail: teamvia@ggdnog.nl 

Vaccinatie op de werkvloer

Kinkhoest vaccinaties voor volwassenen die werken met kinderen tot een half jaar oud

Bent je

  • verloskundige,
  • kraamverzorgende,
  • kinder(neonatologie)verpleegkundige,
  • gynaecoloog,
  • kinderarts,
  • jeugdarts, of
  • jeugdverpleegkundige? 

Of heb je op een andere manier intensief contact met pasgeborenen en/of prematuren? Laat je dan vaccineren tegen kinkhoest! 
Dat adviseert de gezondheidsraad.

Advies vaccinatie
Voor je eigen gezondheid is kinkhoestvaccinatie niet nodig. Bij gezonde volwassenen verloopt kinkhoest meestal niet ernstig, of zelfs zonder symptomen. Behandeling is niet nodig. Maar iemand die besmet is met de kinkhoestbacterie kan wel anderen besmetten. Vooral bij kinderen onder een jaar die nog niet, of niet volledig, door vaccinatie zijn beschermd, kunnen ernstige complicaties ontstaan. In uitzonderlijke gevallen kunnen zij overlijden door kinkhoest. Lees het advies voor kinkhoestvaccinatie in het rapport Werknemers en kinkhoest: criteria voor vaccinatie.

Maternale kinkhoestvaccinatie
Volgens de Gezondheidsraad is maternale kinkhoestvaccinatie de meest effectieve methode om jonge zuigelingen tegen kinkhoest te beschermen. Dit stelt zij in het rapport Vaccinatie tegen kinkhoest, doel en strategie.

Rijksvaccinatieprogramma
De minister van Volksgezondheid zal nog besluiten of maternale kinkhoestvaccinatie in het Rijksvaccinatieprogramma wordt opgenomen. In afwachting van dit besluit kunnen aanstaande moeders zich nu al op eigen kosten laten vaccineren. 

Beschikbaarheid vaccin
In Nederland is het DKTP-vaccin beschikbaar voor boostervaccinatie van volwassenen tegen kinkhoest. Dit vaccin kunt u via de reguliere weg bestellen. U kunt ook bij ons terecht voor deze vaccinatie.

Factsheets RIVM 
Meer informatie leest u in de factsheets van het RIVM:

Revaccinatie
De immuniteit na een vaccinatie houdt maar een paar jaar aan. Daarom raden wij periodieke revaccinatie aan. De Gezondheidsraad adviseert de kinkhoestvaccinatie voor deze doelgroep elke vijf jaar te herhalen.

Meer informatie
Wil je meer informatie, of wil je een vaccinatie tegen kinkhoest?
Neem dan contact op met de afdeling infectieziektebestrijding van GGD Noord- en Oost-Gelderland. Dat kan telefonisch op 088 – 443 33 55, of per e-mail: infectieziekten@ggdnog.nl

Over GGD

Werkgebied

De GGD is de gezondheidsdienst van en voor de gemeenten Aalten, Apeldoorn, Berkelland, Bronckhorst, Brummen, Doetinchem, Elburg, Epe, Ermelo, Hattem, Harderwijk, Heerde, Lochem, Montferland, Nunspeet, Oldebroek, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Putten, Voorst, Winterswijk en Zutphen. De GGD werkt aan het bevorderen van de gezondheid en het voorkomen van gezondheidsproblemen bij inwoners van GGD Noord- en Oost-Gelderland. 

Werkgebied GGD Noord en oost Gelderland

Missie

GGD Noord- en Oost-Gelderland is de gezondheidsdienst van 22 gemeenten. De GGD biedt actief 'Een gezond houvast' en bewaakt, beschermt en bevordert de gezondheid van de inwoners.

GGD NOG is werkzaam voor zowel de hele samenleving in Noord- en Oost-Gelderland, afzonderlijke gemeenten of gedeelten daarvan zoals buurten of scholen. GGD NOG doet dit namens de gemeenten. Hierbij nemen we geen verantwoordelijkheden over, maar signaleren actief, verbinden, geven richting en zo nodig praktische ondersteuning om lokale aanpak te realiseren.

Bij GGD NOG staat de gezondheid van de inwoners centraal. Dat geldt zowel voor acute situaties (crisissen en incidenten) als voor de langere termijn waar preventie een rol speelt.
GGD'ers nemen de visie op Positieve Gezondheid als basis voor het handelen: "Gezondheid is het vermogen zich aan te passen en eigen regie te voeren, in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven." Dit vanuit het vertrouwen dat ieder van ons een actieve bijdrage kan leveren aan de gezonde toekomst van onze gemeenschap. Door het opbouwen en onderhouden van betekenisvolle samenwerkingsrelaties werken GGD'ers samen met vele partijen aan de gezondheid van de burgers van Noord- en Oost-Gelderland. 

Taken

Taken van de GGD zijn:

  • Jeugdgezondheidszorg (4 - 18 jarigen)
  • Infectieziektebestrijding
  • Vaccinaties
  • Medische milieukunde
  • Technische hygiënezorg
  • Maatschappelijke zorg
  • Beleidsadvisering
  • Epidemiologie
  • Gezondheidsbevordering
  • Bevolkingsonderzoeken
  • Forensische zorg

Meer milieu en gezondheid

Kwik

Wat is kwik?

Kwik is een vloeistof met een zilveren kleur. Het is een metaal. Kwik zit in kwikthermometers, kwikbarometers en oude thermostaten. Als ze breken, zijn druppeltjes kwik te zien. Ook zit er kwik in lampen, zoals tl-lampen en spaarlampen. In deze lampen zit niet veel kwik. Daardoor zijn er geen kwikdruppels te zien als ze breken.

Kwik en je gezondheid

Als een apparaat kapot valt, kan de kwik eruit lopen of spatten. En kwik kan verdampen: er ontstaat kwikdamp. Wanneer je kwikdamp inademt, kun je meteen klachten krijgen:

  • hoesten, rillingen, koorts, hoofdpijn, kortademig
  • smaak van metaal in de mond
  • misselijk, braken en diarree,veel speeksel
  • zwak voelen.

Als mensen de kwikdamp lange tijd inademen, kunnen zij ernstige klachten krijgen. Het kwik kan het zenuwstelsel en de nieren aantasten. Daarom is het belangrijk dat je kwik goed opruimt. 

Hoe ruim ik kwik veilig en goed op?

De kleine druppeltjes kwik rollen soms meters weg van de plek waar het is gevallen. De druppels kun je moeilijk terug vinden. Belangrijk is dat je het kwik veilig opruimt. Hoe dat moet? Dat ligt aan waar het kwik in zit en op welke vloer het gevallen is. Het RIVM geeft duidelijke instructies voor het opruimen van kwik. 

Hoe voorkom ik problemen met kwik?

Heb je voorwerpen in huis waar veel kwik in zit? Wees voorzichtig! Voorkom dat ze breken. Lever ze in als klein chemisch afval. Gebruik in plaats van een kwikthermometer een digitale thermometer. In spaarlampen zit niet veel kwik. Daarom is het niet nodig om deze te verwijderen uit huis. 

Hitte

Het klimaat verandert langzaam maar zeker en daardoor zijn hittegolven eerder regel dan uitzondering. Dat is een reden om actie te ondernemen, want veel (oudere) mensen hebben flink last van hitte. Er is een nationaal hitteplan opgesteld door verschillende organisaties, hierin staan praktische tips die de gevolgen van hitte voor ouderen moeten verlichten. Zowel thuis als in verpleeg- en verzorgingshuizen.

Wie hebben vooral last van hitte?

Vooral ouderen (65+), kinderen en mensen met een long- of hartaandoening hebben last van hoge temperaturen. Bij hoge temperaturen koelt je lichaam voornamelijk af door verdamping van transpiratievocht. Daarom is het belangrijk om veel te drinken. Ouderen hebben een verminderde dorstprikkel, voor hen is het extra belangrijk om in de gaten te houden dat zij goed drinken.

Wat moet ik doen bij warm weer? 

  • Drink voldoende: 2 liter water per dag. Drink ook als je geen dorst hebt. Drink zo min mogelijk alcohol, dat droogt juist uit.
  • Vermijd inspanning: vooral tussen 12 en 16.00 uur, de warmste uren van de dag.
  • Blijf uit de hitte: blijf binnen of in ieder geval in de schaduw tussen 12.00 en 16.00 uur, de warmste uren van de dag.
  • Draag een hoed, zonnebril en lichte kleding.
  • Zorg voor koelte: Leg af en toe een koele handdoek in je nek, neem een koele douche of een koel bad. Laat de zonwering zakken of doe de gordijnen dicht van kamers die veel zon krijgen. Doe ook de ramen dicht als het buiten warmer is dan binnen (overdag) en zet ze open als het buiten koeler is ('s nachts en vroeg in de morgen).
  • Zorg voor elkaar : Steek een helpende hand toe als er in je omgeving ouderen of zieken zijn, die hulp nodig hebben
  • Laat kinderen nooit alleen achter in de auto, zeker niet bij hitte.

Gebruik je medicijnen of heb je een ziekte waarbij veel drinken juist niet mag? Neem dan contact op met je huisarts. Hij kan bepalen wat het beste voor je is.

Meer informatie?
Wij geven je graag meer informatie, bel ons tussen 9.00 tot 17.00 uur op: 088 - 443 30 00
Kijk ook eens op www.kwf.nl voor tips om verstandig te zonnen.

Koolmonoxide

Koolmonoxide is een onzichtbaar en geurloos gas. Je ziet en ruikt het niet, maar het is wél gevaarlijk. Jaarlijks overlijden in Nederland tien mensen aan koolstofmonoxidevergiftiging, zo'n honderdvijftig mensen belanden in het ziekenhuis. Koolmonoxide kan vrijkomen als een open haard, kachel of geiser niet goed werkt.

Als er koolmonoxide in huis vrijkomt, adem je dat in. Bij een kleine hoeveelheid ontstaan er meestal geen klachten. Bij het inademen van veel koolmonoxide, ontstaat een koolmonoxidevergiftiging. Dit is te herkennen aan:

  • hoofdpijn;
  • slaperigheid;
  • duizeligheid;
  • misselijkheid en overgeven;
  • hardkloppingen;
  • versnelde ademhaling;
  • verwardheid.

Bij het inademen van een grote hoeveelheid koolmonoxide is het mogelijk dat iemand buiten bewustzijn raakt en/of overlijdt. 

Hoe voorkom ik koolmonoxidevergiftiging?

  • Laat een geiser, centrale verwarmingsinstallatie en schoorsteen jaarlijks professioneel schoonmaken;
  • Zorg voor voldoende ventilatie in huis;
  • Uit onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid naar koolmonoxideongevallen blijkt dat 46% van de ongevallen gebeurt met een cv-installatie; het merendeel modern en goed onderhouden. Hang voor de zekerheid een koolmonoxidemeter op.

Onderzoeksraad voor Veiligheid

De Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft onderzoek gedaan naar ongevallen door koolmonoxide. Hieruit is gebleken dat 46% van de ongevallen gebeurt met een cv-installatie. Het grootste deel hiervan is modern en goed onderhouden. Ook periodiek onderhoud aan installaties vormt geen afdoende bescherming tegen koolmonoxideongevallen.

 

Klikhier voor het filmpje van de Onderzoeksraad voor Veiligheid: Koolmonoxide - Onderschat en onbegrepen gevaar

Eikenprocessierups

De eikenprocessierups is de larve van een nachtvlinder. In april en mei komen de rupsen uit hun eitjes. Na een tijdje komen de rupsen samen en vormen ze grote nesten op de stammen van eikenbomen. Deze nesten bestaan uit een dicht spinsel van draden, brandharen, vervellingshuidjes en uitwerpselen.

Gezondheidsklachten
Een eikenprocessierups heeft ongeveer 700.000 brandhaartjes op zijn lichaam. Ze zijn zo klein dat je ze niet kunt zien. Als je de rups aanraakt, dringen de pijlvormige brandharen makkelijk in je huid, ogen en luchtwegen. Het veroorzaakt binnen een paar uur klachten, zoals (hevige) jeuk, bultjes, blaasjes, roodheid en ontstekingen. Je ogen kunnen rood en dik worden en/of gaan ontsteken. Andere klachten zijn: een loopneus, kriebel in de keel, hoesten, moeilijk slikken en kortademigheid. Braken, duizeligheid, koorts en algehele malaise behoren ook tot de symptomen. De overlast van de brandharen van de rups start meestal in mei en loopt door tot en met augustus.

Wat kan ik eraan doen?
Heb je klachten? Voorkom dan dat de brandharen zich verder over je lichaam verspreiden. Strip je huid direct na aanraking met de haren met plakband. Spoel daarna je huid met lauw water. De brandharen krijg je niet gemakkelijk uit je kleren, je kleding wassen op 60ºC helpt wel.

Jeukklachten verdwijnen vanzelf binnen een paar dagen tot twee weken. Zalf op basis van mentol verlicht de jeuk. Blijven je klachten langer bestaan, ga dan naar de huisarts. 

Hoe voorkom ik problemen?
Het is natuurlijk een open deur, maar vermijd contact met de eikenprocessierups. Je gaat in de lente natuurlijk niet fietsen met een coltrui, maar wees alert dat de rupsen in en rondom eikenbomen voorkomen. Zorg er ook voor dat kinderen weten dat ze de rupsjes niet mogen pakken.

Meer informatie

www.oakie.info is een site met begrijpelijke info over de eikenprocessierups voor inwoners en professionals. Op de website vind je informatie over gezondheid, blootstelling voorkomen en wat je kan doen als je gezondheidsklachten ervaart.

Intensieve veehouderij

De landbouwontwikkelingsgebieden (LOG’s) en megabedrijven in de intensieve veehouderij krijgen zowel politiek als in de media veel aandacht. Omwonenden en maatschappelijke organisaties maken zich zorgen om de verstoring van het landschap, het dierenwelzijn en de gezondheid van omwonenden. Vanuit gemeenten of omwonenden ontvangt de GGD regelmatig de vraag of er mogelijke gezondheidseffecten zijn.

Risico’s op infectieziekten

Infectieziekten die van dieren op mensen overdraagbaar zijn heten Zoönosen. Dit kan bijvoorbeeld via direct diercontact, lucht, mest en voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong. Bij influenza kan een mens tegelijkertijd besmet raken met een menselijk en dierlijk virus. Daardoor kan een heel nieuw virus ontstaan. Dat kan een virus zijn waartegen (nog) geen weerstand bestaat en dat van mens op mens overdraagbaar is. In stallen met veel dieren dicht bij elkaar kunnen micro-organismen zich gemakkelijker verspreiden. Zeker in combinatie met slechte hygiënische omstandigheden. Hierdoor neemt het risico op infectieziekten toe.  

Risico’s van fijn stof, endotoxinen en geur

Naast zoönosen spelen stoffen zoals fijn stof en biologische agentia een grote rol bij gezondheidseffecten in de omgeving van intensieve veehouderijen. Ook geur is een belangrijke factor. Omwonenden van intensieve veehouderijen rapporteren vaker gezondheidsklachten dan normaal. Denk aan o.a. luchtwegklachten, irritatie van de ogen, stress, hartkloppingen, hoofdpijn, misselijkheid en aantasting van de stemming. Geurhinder veroorzaakt mogelijk een deel van deze klachten. 

Risico’s beheersen

Om zoönosen te voorkomen moeten bedrijven de kans op ziekteverwekkers verkleinen en verspreiding voorkomen. Dit kan door goede bedrijfsvoering en een stalontwerp. Voldoen aan milieuwetgeving betekent nog niet automatisch dat het gezondheidsaspect ook voldoende aandacht krijgt. De maatschappelijk afnemende acceptatie speelt een steeds grotere rol bij de discussie over het oprichten van megastallen in de omgeving.

Lees het standpunt van GGD GHOR Nederland: Acceptabele geurhinder bij ontwikkeling veehouderij

Meer informatie?

Onze medewerkers van het team Medische Milieukunde beantwoorden je vragen graag! Tel. 088 - 443 30 00.

Houtrook

Een houtkachel of open haard brengt sfeer in huis. Nadeel is dat een houtkachel of open haard veel meer verontreiniging verspreidt dan andere verwarming. In huis komen door het stoken meer schadelijke stoffen in de lucht, ook als het binnen niet rokerig is. Buitenshuis kunnen de schadelijke stoffen in de lucht blijven hangen, vooral bij windstil en mistig weer.

In huizen waar regelmatig hout wordt gestookt, hebben vooral kinderen een groter risico op luchtwegklachten. Voorbeelden zijn verkoudheid, astma, bronchitis en longontsteking. De rook van een houtkachel of open haard kan voor de omgeving veel overlast zorgen. Het is de belangrijkste bron van geurhinder in de leefomgeving. Vooral mensen met gevoelige luchtwegen, zoals mensen met astma, kunnen gezondheidsklachten krijgen door de laaghangende rook. Lees hier de 10 stooktips om overlast te voorkomen.

 Wat kun je zelf doen?

  • Ventileer altijd
  • Kies het juiste stooktoestel
  • Kies de juiste capaciteit
  • Laat het stooktoestel installeren
  • Gebruik de juiste materialen om te stoken
  • Kijk of het verbrandingsproces volledig is
  • Voorkom dat er koolmonoxide in de woning komt
  • Laat de schoorsteen regelmatig schoonmaken
  • Stook niet wanneer het windstil en mistig is om overlast te voorkomen

Rook van de buren

Hinder door houtkachels komt vaak door slecht stookgedrag. Heb je last van een open haard of houtkachel die in de omgeving gestookt wordt, ga dan eerst in overleg met de stoker. Vaak kan de overlast op eenvoudige wijze worden verholpen.

In het stappenplan lees je hoe je in deze situatie kunt handelen. Dit stappenplan is niet van toepassing bij rookoverlast door een bedrijf.

In de folder houtkachels, openhaarden en gezondheid staan ook adviezen voor de stoker hoe de overlast voorkomen kan worden.

Soms zijn grotere ingrepen noodzakelijk, bijvoorbeeld het verhogen van de schoorsteen of het aanpassen van het rookkanaal. Wanneer het gesprek aangaan niet mogelijk is of moeilijk verloopt, dan kun je buurtbemiddeling inschakelen. 

Als je er samen niet uitkomt, kun je contact zoeken met de GGD of de gemeente. Ondanks een zorgvuldige behandeling van een klacht door de GGD of gemeente lukt het niet altijd om een bevredigende oplossing te vinden. Dit komt omdat het ingewikkeld is om objectief de overlast door houtrook vast te stellen.

Meer informatie

Lood

Op veel plekken in Nederland zit lood in de bodem. Heb je thuis loden waterleidingen? Dan kun je via het drinkwater lood binnenkrijgen. Voor volwassenen is dat niet erg, maar voor kinderen is dat niet goed. Zij kunnen ook lood binnenkrijgen als ze spelen op plekken waar lood in de grond zit.

Waarom is lood ongezond?

Als jonge kinderen lood binnenkrijgen, heeft dat gevolgen voor hun hersenen. Die ontwikkelen zich dan minder goed. Hierdoor krijgen deze kinderen een iets lager IQ. Het is daarom belangrijk dat kinderen tot zeven jaar zo weinig mogelijk lood binnenkrijgen. Dat geldt ook zwangere vrouwen. Want ook baby’s in de buik kunnen lood binnenkrijgen, via hun moeder.

Op welke plekken zit vaak lood in de grond?

Op veel plekken in Nederland zit lood in de grond. Vooral in gebieden met oudere gebouwen. Bijvoorbeeld in wijken die voor de oorlog gebouwd zijn, in het centrum van oude dorpen of bij (oude) industriegebieden.

Wat moet je doen als er lood in de grond zit?

Als jonge kinderen spelen op grond waar lood in zit, krijgen ze lood binnen. Bijvoorbeeld doordat ze hun vieze handen in hun mond stoppen. Zo zorg je ervoor dat kinderen zo weinig mogelijk lood binnenkrijgen:

  • Laat kinderen altijd hun handen wassen na het buitenspelen.
  • Zorg ervoor dat de bodem waarop kinderen spelen bedekt is. Bijvoorbeeld met gras, struiken of planten. Je kunt de bodem ook bedekken met kunstgras of tegels. Het liefst met iets waar water doorheen kan.
  • Heb je een zandbak? Vul die met schoon zand.
  • Groeien er groente en fruit in je tuin? Was die dan altijd goed voordat je ze eet.
  • Je kunt groente of fruit ook kweken in bakken met schone potgrond of tuinaarde. Dan weet je zeker dat er geen lood in de grond zit.
  • Heb je een moestuin die groter is dan 200 m²? Vraag dan aan de gemeente wat er op die plek in de bodem zit. Weet de gemeente dat niet? Vraag dan aan de gemeente hoe je dat kunt laten onderzoeken.

Wat moet je doen als er lood in het drinkwater zit?

Woon je in een huis dat vóór 1960 gebouwd is? Dan kunnen er waterleidingen van lood in je huis zitten. Als dat zo is, moet je deze leidingen laten vervangen door koperen waterleidingen. Meer informatie hierover vind je op milieucentraal.nl.

Zolang je de oude waterleidingen nog hebt, doe je dit:

  • Als je ’s ochtends voor het eerst de kraan openzet, wacht dan 2 minuten voordat je dit water drinkt. Gebruik dat eerste water voor andere dingen. Gebruik het bijvoorbeeld om mee schoon te maken, om je planten water te geven of om het toilet door te spoelen.
  • Voor zuigelingen, baby’s en jonge kinderen geldt: hoe minder lood, hoe beter. Gebruik daarom voor flesvoeding liever geen kraanwater, maar koop flessen water in de winkel. Geef kinderen die jonger zijn dan 8 jaar ook geen kraanwater. Koop ook voor hen flessen water in de winkel.
  • Ben je zwanger? Ook voor zwangeren geldt: drink geen kraanwater, maar water uit de winkel.

Heb je een nieuwbouwhuis?

Woon je in een nieuwbouwhuis? Dan kan er de eerste maanden te veel lood in het drinkwater zitten. Dat komt niet door de leidingen, want die zijn van koper. Het komt door de nieuwe kranen. Daar kan in het begin nog lood vanaf komen. Kijk op kraandoorspoelen.nl voor meer informatie en adviezen.

Lood voor hobbygebruik

Bij het klussen of uitoefenen van een hobby kun jein contact komen met stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid. Bijvoorbeeld oplosmiddelen in verf of lijm, of stof dat vrijkomt bij het schuren van materialen. Ook huisgenoten van de klusser of hobbyist kunnen in contact komen met deze schadelijke stoffen. Het is belangrijk dat je contact met schadelijke stoffen voorkomt. Voor jezelf, maar vooral ook voor kinderen en zwangere vrouwen in je gezin of omgeving. Lees meer over de risisco's en de maatregelen die je kunt nemen als je lood gebruikt.

Meer informatie

  • Wil je meer informatie over lood in het drinkwater? Kijk dan op de website van het RIVM.
  • Wil je meer informatie over de grond in je tuin? Kijk dan op bodemloket.nl of bel je gemeente.

 

 

Gemeenten - werkwijze GGD

Indeling GGD-taken

Het GGD-bestuur heeft de GGD-taken ingedeeld A-, B-, C-, en D-taken. Deze indeling laat zien wat de verantwoordelijkheid van de gemeenten voor de verschillende GGD-taken is. In het kort is de indeling:

  1. Wettelijke GGD-taken
    die gemeenten wettelijk verplicht laten uitvoeren door de GGD
  2. Wettelijke gemeentelijke taken
    die de GGD kán uitvoeren in opdracht van gemeenten
  3. Autonome gemeentelijke taken
    die de GGD kán uitvoeren in opdracht van gemeenten
  4. Externe taken
    die de GGD uitvoert in opdracht van derden

Voor meer informatie over lokaal maatwerk en intensieve samenwerking bekijk deze infographic.

Bestuursagenda

Na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2018 hebben de gemeenten nieuwe colleges van B&W gevormd. De samenstelling van het GGD-bestuur is ook vernieuwd. Het nieuwe bestuur heeft in april 2019 de Bestuursagenda 2019-2023 vastgesteld. Hierin bepalen de gemeenten de koers voor de GGD in deze bestuursperiode. Samen met gemeenten werkt de GGD aan een verdere uitwerking hiervan.

Uitgangspuntennota

Ieder jaar stelt het Dagelijks Bestuur een uitgangspuntennota op. Deze nota is min of meer vergelijkbaar met de voorjaarsnota of kadernota zoals de meeste gemeenten die kennen. De uitgangspunten en de reacties van de gemeenten daarop worden uitgewerkt in de programmabegroting. 

De gemeenten hebben begin december 2018 een brief van GGD NOG ontvangen over de uitgangspunten voor de begroting 2020. Gemeenten die dit willen, konden hun zienswijze tot 1 maart 2019 indienen. Omdat deze keer de raden ook de Bestuursagenda 2019-2023 bespreken, is er geen uitgangspuntennota, maar een beknopte brief over de uitgangspunten.

Programmabegroting

Het algemeen bestuur van de GGD heeft de Programmabegroting 2019 vastgesteld in juli 2018. In het begrotingsjaar legt het dagelijks bestuur tussentijds verantwoording af in bestuursrapportages in mei en september. De actuele ramingen voor 2019 staan in de begrotingswijziging die het algemeen bestuur op basis van de bestuursrapportages vaststelt.

Het algemeen bestuur stelde op 4 juli 2019 de Programmabegroting 2020 vast. In het voorstel aan het algemeen bestuur vindt u ook de reactie van het dagelijks bestuur op zienswijzen die de gemeenten over de concept-begroting hebben ingediend.

Jaarstukken

Na afloop van het jaar legt het Dagelijks Bestuur verantwoording af in de jaarstukken. De jaarstukken bestaan uit het jaarverslag en de jaarrekening. Het Algemeen Bestuur heeft op 11 april 2019 de jaarstukken 2018 vastgesteld. De hoofdlijnen vindt u in het AB-voorstel over de jaarstukken 2018.

De gemeenteraden ontvingen half april 2019 de jaarstukken 2018. Zij kunnen de jaarstukken betrekken in hun afweging over de GGD-begroting 2020.

Gemeenschappelijke Regeling GGD NOG

De 22 gemeenten in het werkgebied van GGD NOG hebben hun afspraken over samenwerking voor de GGD vastgelegd in een gemeenschappelijke regeling, de 'statuten' van de GGD. De gemeenschappelijke regeling bepaalt welke taken de GGD heeft, hoe het bestuur wordt samengesteld en hoe de financiën worden geregeld.

In juli 2016 is de gemeenschappelijke regeling gewijzigd. Hiermee hebben de deelnemende colleges in mei-juni 2016 ingestemd, met toestemming van hun gemeenteraad.

Belangrijke doelen van de wijziging zijn: 

  • meer maatwerk en meer sturing op lokaal en regionaal niveau,
  • een duidelijker indeling van de GGD-taken die de verantwoordelijkheden van de gemeenten beter weergeeft,
  • meer ruimte voor een eigen lokale/regionale inrichting van de jeugdgezondheidszorg.

Downloads:

Medicijnverstrekking

Inleiding over medicijnverstrekking en medisch handelen

Leraren op school worden regelmatig geconfronteerd met leerlingen die klagen over pijn die meestal met eenvoudige middelen te verhelpen is zoals hoofdpijn, buikpijn, oorpijn of pijn ten gevolge van een insectenbeet. Ook krijgt de schoolleiding steeds vaker het verzoek van ouders(s)/verzorger(s) om hun kinderen de door een arts voorgeschreven medicijnen toe te dienen.
Een enkele keer wordt werkelijk medisch handelen van leraren gevraagd zoals het geven van sondevoeding, het toedienen van een zetpil of het geven van een injectie. De schoolleiding aanvaardt met het verrichten van dergelijke handelingen een aantal verantwoordelijkheden. Leraren begeven zich dan op een terrein waarvoor zij niet gekwalificeerd zijn. Met het oog op de gezondheid van kinderen is het van groot belang dat zij in dergelijke situaties zorgvuldig handelen. Zij moeten daarbij over de vereiste bekwaamheid beschikken. Leraren en schoolleiding moeten zich realiseren dat wanneer zij fouten maken of zich vergissen zij voor deze handelingen aansprakelijk gesteld kunnen worden. Daarom wil GGD Noord- en Oost-Gelderland middels dit protocol scholen een handreiking geven over hoe in deze situaties te handelen.
De drie te onderscheiden situaties zijn:

  • Het kind wordt ziek op school
  • Het verstrekken van medicijnen op verzoek
  • Medische handelingen

De eerste situatie laat de school en leraar geen keus. De leerling wordt ziek of krijgt een ongeluk en de leraar moet direct bepalen hoe hij moet handelen. Bij de tweede en de derde situatie kan de schoolleiding kiezen of zij wel of geen medewerking verleent aan het geven van medicijnen of het uitvoeren van een medische handeling. Voor de individuele leraar geldt dat hij mag weigeren handelingen uit te voeren waarvoor hij zich niet bekwaam acht.

Hieronder wordt elk onderdeel beschreven. In de bijlagen is het toestemmingsformulier en/of  bekwaamheidsverklaring te vinden. Zijn er naar aanleiding van dit protocol nog vragen neem dan contact op met de jeugdarts van de GGD van uw school.

Het kind wordt ziek op school

Regelmatig komt een kind ’s morgens gezond op school en krijgt het tijdens de schooluren last van hoofd- buik- of oorpijn. Ook kan het bijvoorbeeld door een insect geprikt worden. Een leraar verstrekt dan vaak - zonder toestemming of medeweten van ouders - een 'paracetamolletje' of wrijft Azaron op de plaats van een insectenbeet.

In zijn algemeenheid is een leraar niet deskundig om een juiste diagnose te stellen. De grootst mogelijke terughoudendheid is hier dan ook geboden. Uitgangspunt moet zijn dat een kind dat ziek is, naar huis moet. De schoolleiding zal, in geval van ziekte, altijd contact op moeten nemen met de ouders om te overleggen wat er moet gebeuren (is er iemand thuis om het kind op te vangen, wordt het kind gehaald of moet het gebracht worden, moet het naar de huisarts, etc.?). Ook wanneer een leraar inschat dat het kind bij een eenvoudig middel gebaat is, dan is het gewenst om altijd eerst contact te zoeken met de ouders. Wij adviseren u het kind met de ouders te laten bellen. Vraag daarna om toestemming aan de ouders om een bepaald middel te verstrekken.

Problematisch is het wanneer de ouders en andere, door de ouders aangewezen vertegenwoordigers, niet te bereiken zijn. Het kind kan niet naar huis gestuurd worden zonder dat daar toezicht is. Ook kunnen de medicijnen niet met toestemming van de ouders verstrekt worden. De leraar kan dan besluiten, eventueel na overleg met een collega, om zelf een eenvoudig middel te geven. Daarnaast moet hij/zij inschatten of niet alsnog een (huis)arts geraadpleegd moet worden. Raadpleeg bij twijfel altijd een arts. Zo kan bijvoorbeeld een ogenschijnlijk eenvoudige hoofdpijn een uiting zijn van een veel ernstiger ziektebeeld. Het blijft zaak het kind voortdurend te observeren. 

Iedere situatie is anders zodat we niet uitputtend alle signalen kunnen benoemen die zich kunnen voordoen. 

Zaken waar u op kunt letten:

  • Toename van pijn
  • Misselijkheid/braken
  • Verandering van houding (bijvoorbeeld inkrimpen)
  • Verandering van de huid (bijvoorbeeld erg bleke of hoogrode kleur)
  • Verandering van gedrag (bijvoorbeeld onrust, afnemen van alertheid)

Realiseert u dat u geen arts bent en raadpleeg, bij twijfel, altijd een (huis)arts. Dit geldt uiteraard ook wanneer de pijn blijft of de situatie verergert. De zorgvuldigheid die u hierbij in acht moet nemen is dat u handelt alsof het uw eigen kind is.

Omgevingswet

Wat zegt de Omgevingswet over gezondheid?

Artikel 1.3: de wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, gericht op het in onderlinge samenhang: bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit (…).

Hoe kan de leefomgeving gezond zijn of worden?

Door er voor te zorgen dat de omgeving niet ziek maakt (gezondheidsbescherming) en ook door de ruimte zo in te richten dat die uitnodigt tot gezond gedrag (gezondheidsbevordering).

Wat zijn voorbeelden van een gezondheid bevorderende leefomgeving?

Een omgeving die groen is en uitnodigt tot bewegen (bv fiets- en wandelpaden) en ontmoeten.

Wat zijn voorbeelden van een omgeving die niet ziek maakt?

Een omgeving met een goede luchtkwaliteit en weinig lawaai.

Welke voordelen biedt een gezonde leefomgeving voor andere beleidsvelden?

Gezondheidsproblemen kosten tijd (inzet van professionals) en geld (o.a. zorgkosten, voorzieningen en verzuim). Door iets te doen aan deze problemen leidt dit tot minder negatieve effecten en zorgt het voor een positievere inzet van mensen en middelen.

Daarnaast kan een gezonde omgeving een aantrekkelijk vestigingsklimaat zijn voor particulieren en bedrijven.

Op welke onderdelen kan de GGD de gemeente concreet ondersteunen bij de Omgevingswet?

Bij de:

  • omgevingsvisie
  • omgevingsplan
  • programma’s
  • omgevingsvergunning
Hoe kan de GGD de gemeente ondersteunen met kennis over de Omgevingswet en de gezonde leefomgeving?

Door:

  • Organiseren van voorlichting/workshops voor professionals
  • Beschikbaar stellen van data, bijvoorbeeld uit de GGD monitoren
  • Inbreng van kennis bij werkgroepen/zienswijzen
  • Deelname aan participatietrajecten
Wat is het verband tussen ‘Positieve Gezondheid’ en de Omgevingswet?

Een gezonde leefomgeving ondersteunt ‘zelfredzaamheid’, nodigt uit tot gezonde keuzes en maakt het mogelijk dat mensen naar eigen inzicht kunnen leven.

Hoort het thema ‘gezonde leefomgeving’ tot het domein van de publieke gezondheid?

Ja, het gaat om collectieve preventie en gezondheidsbevordering.

Hoe heeft de GGD NOG zich voorbereid op de Omgevingswet?
  • Er is een intern koersdocument opgesteld
  • Er is een interne werkgroep gevormd waaraan medewerkers milieu & gezondheid, epidemiologie, gezondheidsbevordering en beleidsadvisering deelnemen
  • Er is tijdelijk een extra medewerker aangetrokken die zich uitsluitend met de Omgevingswet bezighoudt
  • GGD NOG neemt actief deel aan landelijke netwerken zoals die van GGD-GHOR Nederland
  • GGD NOG is betrokken bij het ontwikkelen van tools om gezondheid in de leefomgeving in kaart te brengen zoals de Quickscan Gezonde Leefomgeving (voorheen de Gelderse Gezondheidswijzer): www.quickscangezondeleefomgeving.nl
Wat heeft u als gemeente al van de GGD NOG kunnen merken qua activiteiten op het gebied van de Omgevingswet?
  • De GGD heeft voor verschillende gemeenten workshops georganiseerd over gezondheid en de Omgevingswet
  • De GGD heeft inhoudelijke input geleverd op verschillende omgevingsvisies en – plannen
  • De GGD NOG heeft een E-magazine uitgebracht over de gezondheid in de Omgevingswet
  • De GGD heeft een onderzoek laten doen naar de behoeften van de gemeenten op dit gebied en de verwachtingen van de GGD
Waar kan ik meer informatie vinden over de Omgevingswet en gezondheid?

Gemeenten - sociaal domein

Risico-analyses WMO en Jeugd

Toezicht op de Wmo is wettelijk belegd bij iedere gemeente. In het kader hiervan hebben gemeenten aan GGD Noord- en Oost-Gelderland gevraagd om een risicoanalyse uit te voeren over de dienstverlening van zorginstellingen in de regio Achterhoek.

De risicoanalyse helpt om te bepalen welke zorgaanbieders het meest in aanmerking komen voor een inspectiebezoek. Voor de risicoanalyse zijn aan vooraf vastgestelde criteria weegfactoren gehangen. Vervolgens zijn alle zorgaanbieders ‘gescoord’ op basis van de criteria en werd duidelijk welke zorgaanbieders het eerst in aanmerking komen voor een inspectiebezoek.

Ook voor inzage in de risico’s bij zorgaanbieders Jeugd wordt op dit moment een risicoanalyse uitgevoerd in de Achterhoek. De resultaten hiervan worden door de Achterhoekse gemeenten gebruikt om een vinger aan de pols te houden en kunnen mogelijk behulpzaam zijn bij de contractering van (nieuwe) zorgaanbieders.
Opgroeiklimaat Zutphen

In 2016 heeft de GGD een onderzoek gedaan naar het opgroeiklimaat van jonge gezinnen in de gemeente Zutphen.

In dit onderzoek zijn diverse aspecten van ‘gezond opgroeien’ in kaart gebracht. Primair met behulp van bestaande gegevens en aanvullend door interviews met jonge ouders. Door middel van dit onderzoek is een beeld geschetst van het huidige opgroeiklimaat van jonge gezinnen en zijn de wensen en behoeften van jonge ouders in kaart gebracht. De gemeente gebuikt de resultaten voor hun jeugdbeleid.

Lees verder

Clientervaringsonderzoek WMO en Jeugd gemeente Heerde

De gemeente Heerde wil graag weten wat gebruikers van de Wmo en jeugdhulp vinden van de ondersteuning. De gemeente heeft dit nodig om de uitvoering van de Wmo en de Jeugdhulp – waar nodig- te verbeteren. Lees verder

Monitor en evaluatie sociaal domein Doetinchem

De gemeente Doetinchem heeft het lef getoond om onderzoek te verrichten naar de effecten van het beleid in het Sociale Domein en hier ook mee naar buiten te treden. Lees verder

Advisering prestatie indicatoren sociaal domein Jeugd

In 2016 heeft Evaluatiebureau Publieke Gezondheid in opdracht van Stichting Jeugd Noord-Veluwe een adviserende rol gehad bij het definiëren van prestatie-indicatoren Jeugd.

Vanuit een uitgebreid overzicht van indicatoren is in onderling overleg gekeken welke indicatoren eruit kunnen en hoe e.e.a. gestructureerd kan worden. Evaluatiebureau heeft hierbij de piramide (transformatiemonitor) van GGD West-Brabant ingebracht. Daarnaast heeft Evaluatiebureau input geleverd over relevante gegevensbronnen. Opbrengst van dit traject is een klein en gestructureerd lijstje met indicatoren onderverdeeld naar vier categorieën.
Doelenboom preventief jeugdbeleid Oldebroek

Zie voor meer informatie: www.kvnog.nl

Privacyverklaring

Welke persoonsgegevens verwerken wij en hoe komen wij eraan?

Persoonsgegevens zijn gegevens die iets zeggen over jou. Wij verwerken ‘gewone’ persoonsgegevens als naam, adres, e-mailadres en leeftijd. Als het nodig is verwerken wij bijzondere persoonsgegevens, vooral gezondheidsgegevens. Soms zijn wij verplicht je burgerservicenummer te gebruiken. Bij de spreekuren seksuele gezondheid kun je ook anoniem terecht.

In veel gevallen krijgen wij persoonsgegevens van jouzelf, bijvoorbeeld als je een afspraak maakt, een formulier invult of informatie geeft in een (telefoon)gesprek of e-mailcontact.

Ook ontvangt de GGD persoonsgegevens van derden. Hierbij gaat het om de Basisregistratie persoonsgegevens, het Basisregister Onderwijs (BRON, beheerd door DUO), scholen, gemeenten, zorgverleners en zorginstellingen.

Waarvoor gebruiken wij persoonsgegevens?

Wij gebruiken persoonsgegevens om onze taken zorgvuldig en verantwoord uit te voeren. Bij die taken gaat het om de publieke gezondheidszorg, maatschappelijke welzijn en crisisbeheersing. Voorbeelden zijn:

  • Jeugdgezondheid (met rijksvaccinatieprogramma)
  • Reizigersadvies en -vaccinatie
  • Seksuele gezondheid
  • Infectieziektebestrijding (waaronder tbc-bestrijding)
  • Toezicht kinderopvang en Toezicht Wmo 2015.

Het verschilt hoeveel en welke persoonsgegevens wij gebruiken. Dat hangt af van de dienst waarvoor je bij de GGD bent. Wij verwerken niet meer persoonsgegevens dan noodzakelijk is en alleen voor de volgende doelen:

  • het uitvoeren van de wettelijke taak en contractueel overeengekomen dienst;
  • het ondersteunen en in stand houden van preventie, zorg en nazorg aan cliënten;
  • het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek;
  • het financieel afhandelen van geboden zorg met de cliënt of de zorgverzekeraar.
Met wie delen wij persoonsgegevens?

GGD NOG werkt vaak samen met andere organisaties en personen. Wij delen persoonsgegevens alleen als dat nodig is voor een wettelijke verplichting of onze taak. Het verstrekken van jouw persoonsgegevens doen wij zoveel mogelijk in overleg met jou en met jouw toestemming. Als je toestemming hebt gegeven, kun je die ook weer intrekken.

Wij hebben verschillende bedrijven ingeschakeld die in onze opdracht persoonsgegevens verwerken. Wij gebruiken bijvoorbeeld online softwarepakketten voor medische dossiers. Met deze “verwerkers” sluiten wij overeenkomsten. Hierin maken wij afspraken over de beveiliging en vertrouwelijkheid bij de verwerking van persoonsgegevens. Wij blijven verantwoordelijk voor deze verwerkingen.

Op welke gronden verwerken we persoonsgegevens?

Wij mogen persoonsgegevens niet zomaar opvragen of gebruiken. De wet bepaalt dat wij daarvoor een ‘grondslag’ moeten hebben. Jouw gegevens gebruiken we alleen om één of meer van de volgende redenen.

  • Toestemming
    Soms moeten we jou uitdrukkelijk om toestemming vragen om jouw persoonsgegevens te mogen gebruiken. Daarbij moet het duidelijk zijn welke gegevens wij willen en wat we er mee doen. Als jij toestemming hebt gegeven, kun je deze ook altijd weer intrekken.

Soms mogen wij je persoonsgegevens verwerken zonder jouw toestemming. Dit mag dan op basis van één of meer van de grondslagen die we hierna noemen.

  • Overeenkomst
    Om onze diensten aan jou goed uit te voeren hebben we jouw persoonsgegevens nodig. Bijvoorbeeld gegevens om de betaling van een reizigersvaccinatie te kunnen uitvoeren.
  • Wettelijke verplichting
    In de wet staan regels waar wij ons als organisatie aan moeten houden. Bijvoorbeeld dat wij, als het gaat om gezondheidszorg, een medisch dossier moeten bijhouden. De wet zegt in sommige gevallen ook dat wij persoonsgegevens moeten of mogen delen.
  • Algemeen belang
    GGD NOG vervult een aantal wettelijke taken voor de publieke gezondheid. Soms mogen wij jouw persoonsgegevens ook zonder jouw toestemming verwerken. Dit is dan noodzakelijk voor de uitvoering van de wettelijke taak van de GGD.
  • Vitale belangen
    Wij mogen jouw persoonsgegevens - zonder jouw toestemming – gebruiken, als dit van ‘vitaal belang’ is. Dan moet het noodzakelijk zijn voor je leven of gezondheid en kunnen wij je niet persoonlijk om toestemming vragen. Bijvoorbeeld in het geval van een grootschalige ramp of acuut gevaar.
  • Gerechtvaardigd belang
    Wij mogen jouw persoonsgegevens ook gebruiken als de GGD daar een ‘gerechtvaardigd belang’ bij heeft. We moeten dan kunnen aantonen dat ons belang om jouw persoonsgegevens te gebruiken zwaarder weegt dan jouw recht op privacy.
Hoe beveiligt de GGD jouw persoonsgegevens?

Wij nemen maatregelen om verlies, onbevoegde toegang en misbruik van persoonsgegevens te voorkomen. Deze maatregelen hebben wij opgenomen in ons informatiebeveiligingsbeleid.

Jij kunt ook helpen. Je kunt ons mailen met vragen of suggesties over de bescherming van jouw persoonsgegevens via fg@ggdnog.nl.

Let zelf ook op de veiligheid van jouw persoonsgegevens. Controleer of de partij aan wie je jouw persoonsgegevens wilt geven, te vertrouwen is. Let erop dat jouw eigen apparatuur computer of smartphone veilig genoeg is om persoonsgegevens te ontvangen en te verzenden.

Hoe lang bewaren we jouw persoonsgegevens?

Wij bewaren jouw persoonsgegevens zolang dit nodig is voor de dienstverlening aan jou. Soms staan er in wetten bewaartermijnen. Dan bewaart GGD NOG persoonsgegevens zo lang als de wet voorschrijft.

Het kan zijn dat wij te maken krijgen met een rechtszaak of andere procedure. Om aan te kunnen tonen hoe de zaak in elkaar zit, kunnen wij gegevens hierover bewaren.

Welke rechten heb jij?

Je hebt een aantal rechten bij de verwerking van jouw persoonsgegevens.

  • Recht op informatie:
    wij zijn verplicht jou te informeren welke gegevens wij gebruiken en met welk doel.
  • Recht op inzage:
    je kunt ons vragen of wij persoonsgegevens van jou hebben vastgelegd en zo ja, welke.
  • Recht op rectificatie:
    je kunt de GGD vragen jouw persoonsgegevens te verbeteren als deze onjuist zijn. Je kunt ons ook vragen de persoonsgegevens aan te vullen als dat past bij het doel van de verwerking van deze gegevens.
  • Recht op vergetelheid:
    in een aantal gevallen heb je het recht om de persoonsgegevens te laten verwijderen. Sommige gegevens moeten wij op grond van de wet een bepaalde termijn bewaren.
  • Recht op bezwaar:
    je hebt het recht om - bijzondere persoonlijke redenen - bezwaar te maken tegen de verwerking van jouw persoonsgegevens. De GGD zal hieraan voldoen, behalve als er gerechtvaardigde gronden zijn voor de verwerking.
  • Recht op het doorgeven van informatie (dataportabiliteit):
    je kunt ons vragen om een overzicht van digitale persoonsgegevens van jou, zodat je deze gegevens kunt hergebruiken of doorgeven aan een andere organisatie. Het moet dan gaan om gegevens die wij met jouw toestemming verwerken óf om een overeenkomst met jou uit te voeren.
  • Recht op beperking van de verwerking:
    je hebt het recht om het gebruik van jouw persoonsgegevens te beperken. Dat kan als:
    • je denkt dat jouw persoonsgegevens niet juist zijn;
    • wij ten onrechte gebruiken maken van jouw persoonsgegevens;
    • wij de persoonsgegevens van jou willen vernietigen (bijvoorbeeld na de bewaartermijn), maar jij ze nog nodig hebt.

Wil je gebruik maken van één van de hierboven genoemde rechten? Stuur dan een verzoek aan fg@ggdnog.nl.

Wil jij de eerder gegeven toestemming voor het gebruik van jouw gegevens intrekken? Bespreek dat met de betrokken GGD-medewerker of stuur een e-mail aan fg@ggdnog.nl.

Nieuwsbrieven (mailings)

GGD NOG verstuurt verschillende nieuwsbrieven in de vorm van een mailing naar geïnteresseerden. Wij versturen nieuwsbrieven alleen aan bestaande contacten en aan personen die daarvoor toestemming geven bij aanmelding. Onderaan iedere mailing vind je de mogelijkheid om de gegevens aan te passen of om je af te melden.

Cookies op GGD-websites
  • Functionele en analytische cookies
    Als je onze website ggdnog.nl of een andere website van GGD NOG[1] bezoekt, zetten we één of meer cookies op je computer, tablet of smartphone. Cookies zijn tekstbestandjes die een website achterlaat. Functionele en analytische cookies plaatsen we altijd. Deze zijn noodzakelijk voor de werking van de website en jouw gebruiksgemak.
  • Nuttige cookies
    Daarnaast gebruiken we op onze websites cookies die niet noodzakelijk zijn, maar wel nuttig. Hiermee kun je feedback geven over je gebruikerservaring en YouTube video’s bekijken.
    Voor het plaatsen van niet-noodzakelijke cookies vragen wij je toestemming. Door op de pop-up te klikken kun je akkoord gaan met het plaatsen van deze cookies.
  • Google Analytics
    Wij gebruiken Google Analytics om bij te houden hoe gebruikers onze websites gebruiken. Zo kunnen wij de websites actueel houden en verbeteren. Wij hebben Google Analytics zo ingesteld dat IP-adressen niet naar jou of je IP adres zijn te herleiden. Ook delen wij geen informatie met Google of andere partijen.
  • Wat je zelf kunt doen
    Je kunt je internetbrowser zo instellen dat deze geen cookies meer opslaat. Ook kun je alle eerder opgeslagen cookies via je browser verwijderen.

[1]  https://www.evaluatiebureau.nl/, https://www.kvnog.nl/, https://www.aw-agora.nl, https://www.nogfitterenvitaler.nl

Eindverantwoordelijkheid

Verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens binnen GGD NOG is het dagelijks bestuur van GGD Noord- en Oost-Gelderland. Het dagelijks bestuur heeft deze verantwoordelijk neergelegd bij de directeur publieke gezondheid.

Bereikbaarheid

GGD Noord- en Oost-Gelderland

Telefoonnummer 088 - 443 30 00

E-mail ggd@ggdnog.nl

Postadres:

Postbus 3

7200 AA Zutphen

Bezoekadres:

Rijksstraatweg 65

7231 AC Warnsveld

Onze contactpersoon voor vragen over privacy

Wij hebben een functionaris voor de gegevensbescherming, die adviseert en toeziet op naleving van de privacyregels. Als je vragen hebt over het gebruik van persoonsgegevens door de GGD, stuur dan een mail aan fg@ggdnog.nl.

Contact en vragen

Ben je het niet eens met de manier waarop wij omgaan met jouw persoonsgegevens? Dan kun je een klacht indienen via fg@ggdnog.nl.

Je kunt ook contact opnemen met de onafhankelijke klachtenfunctionaris van GGD NOG, Wiena Bakker. Je bereikt haar via wienabakker@adviespuntzorgbelang.nl of op 06 – 53 88 54 59. Op de website van de GGD staat meer informatie over wat je kunt doen met je opmerking, suggestie of klacht.

Klacht indienen bij de AP

Het kan zijn dat we er samen niet uitkomen en dat je vindt dat GGD NOG persoonsgegevens verwerkt in strijd met de privacywet. Dan kun je een klacht indienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De AP houdt toezicht op de naleving van de regels voor bescherming van persoonsgegevens.

Wijzigingen

Wij blijven onze diensten ontwikkelen en verbeteren. Daarom kunnen wij deze privacyverklaring van tijd tot tijd wijzigen.

Versie 1.4 vastgesteld 27 mei 2019

Eikenprocessierups

Kan ik klachten krijgen van de eikenprocessierups?

De brandharen van de rups kunnen bij aanraking je huid irriteren. De brandharen zijn zo klein dat je ze niet kunt zien. Bij contact met brandharen dringen ze gemakkelijk in de huid, ogen, oren of keel.

Hoe kom ik in contact met de haren van de eikenprocessierups?
  • Buiten, bij het wandelen, fietsen, picknicken, sporten
  • In de buurt van de nesten van de rupsen
  • Via beroep, door werken in tuin of park
  • Via huisdieren die de haartjes mee naar huis nemen
Waar kan ik last van krijgen?

Je kunt bij contact met de brandharen binnen een paar uur klachten krijgen:

  • Jeuk, bultjes, blaasjes, rode plekken op de huid en ontsteking van de huid
  • Rode, dikke of ontstoken ogen
  • Klachten die lijken op een verkoudheid
  • Problemen met ademhalen
  • Braken
  • Koorts
Wat kan ik doen als ik klachten heb?
  • Gebruik plakband om de haren van de huid te halen. Doe dit meteen nadat je met de haren in contact bent gekomen. Spoel daarna de huid en de ogen met lauw water. Meestal verdwijnen de klachten vanzelf binnen enkele dagen tot twee weken. Was ook je haren goed.
  • Bij jeuk kun je een zalf waar menthol, aloë vera of calendula in zit, gebruiken. Ook kun je anti-allergie tabletten gebruiken om de jeuk te verlichten.
  • Zijn de klachten ernstiger, overleg dan met de huisarts.
  • De haren zijn lastig te verwijderen uit kleding. Het beste is om deze kleding goed te wassen. Liefst op 60ºC.
Hoe voorkom ik problemen?

Er zijn dit jaar veel eikenprocessierupsen. Het voorkomen van contact met de haren van de rups is lastig.

  • Ga je naar een gebied waar de eikenprocessierups zit? Bedek dan de hals, armen en benen. Ga niet op de grond zitten.
  • Probeer contact met rupsen, haren en nesten te voorkomen. Leer dit ook aan je kinderen.
  • Zorg dat je huisdieren ook niet in contact komen met de rupsen en oude nesten.
Kan ik de was buiten hangen met de eikenprocessierupsen in de buurt?

Het is niet verstandig om de was buiten te drogen als er eikenprocessierupsen in de buurt voorkomen.

Mijn moestuin ligt vlak bij een boom met eikenprocessierupsen. Kan ik de groenten nog eten?

Als je de groenten goed wast, dan kun je ze gewoon eten. Het eten levert dus geen problemen op. Maar pas goed op bij het oogsten, er kunnen brandharen op de groenten zitten.

Wat moet ik doen als ik een eikenprocessierups binnen zie lopen?

Loopt er een rups in je huis, tent of caravan?

  • Doe plastic handschoenen aan.
  • Pak de rups op met een natte tissue.
  • Stop de rups met de tissue in een plastic zak.
  • Knoop de zak dicht en gooi de zak in de container.
Er staan bomen met eikenprocessierupsen vlak bij mijn huis. Waar moet ik op letten?

Als er bomen met eikenprocessierupsen vlak bij je huis staan (binnen 50 tot 100 meter), dan kun je daar last van hebben. Je kunt de overlast beperken:

  • Voorkom dat brandharen of nesten het huis binnenwaaien. Houd de ramen gesloten als de wind in de richting van je huis staat. Je kunt pollenhorren gebruiken om brandharen tegen te houden. Hier kunnen nog wel haren doorheen gaan.
  • Hang de was niet buiten te drogen.
  • Houd zandbakken zoveel mogelijk dicht en laat geen speelgoed buiten liggen.
  • Laat kinderen niet op het gazon spelen.
Moet ik naar de dokter als ik klachten heb door de eikenprocessierups?

Nee, meestal verdwijnen de klachten vanzelf binnen een paar dagen tot twee weken. Zijn de klachten ernstiger, overleg dan met de huisarts.

Ik denk dat er brandharen naar binnen zijn gewaaid. Wat moet ik doen?

Neem gladde oppervlakken en vloeren af met een natte doek of dweil. Ben je klaar? Gooi de doek of dweil weg of was deze op 60ºC.

Zitten er brandharen in je slaapkamer? Was dan ook je beddengoed op 60ºC.

Zitten er brandharen op je vloerbedekking? Deze zijn lastig te verwijderen. Je kunt de vloer stofzuigen op de laagste zuigstand. De haartjes van de eikenprocessierups zijn heel licht. Bij een te hoge zuigkracht blaast de stofzuiger de haartjes de lucht in. Ook is het belangrijk dat je stofzuiger een HEPA filter heeft. Zonder dit filter gaan de brandhaartjes weer uit de stofzuiger.

Voorkom dat brandharen of nesten het huis binnenwaaien. Houd de ramen gesloten als de wind in de richting van je huis staat. Je kunt pollenhorren gebruiken om brandharen tegen te houden. Hier kunnen nog wel haren door heen gaan.

Hoe verwijder ik brandharen uit mijn tent of caravan?

Bescherm je goed voor je begint met schoonmaken:

  • Gebruik een mondkapje met P3 filter
  • Zet een veiligheidsbril op
  • Trek plastic handschoenen en een wegwerpoveral aan

Breek de tent niet af. Dit is om te voorkomen dat de haartjes uit de tent vrij komen. Laat de tent dus uitgezet staan tijdens het schoonmaken. Spoel de tent of caravan af met lauwwarm water en een spons. Voer het water af via het afvoerputje.

Ben je klaar met schoonmaken? Stop de materialen in een plastic zak. Knoop de zak dicht en gooi deze weg in de container.

Hoe kan ik brandharen uit kleding en wasgoed verwijderen?

De haren zijn lastig te verwijderen uit kleding. Het beste is om deze kleding goed te wassen. Liefst op 60ºC. Kan je kleding niet zo warm worden gewassen? Gebruik dan voor het wassen een plakroller om de haren te verwijderen. 

Kan ik het gras maaien als de eikenprocessierups vlak bij mijn huis is?

Ja, dat kan. Maar bescherm je goed voor je begint met maaien:

  • Gebruik een mondkapje met P3 filter
  • Zet een veiligheidsbril op
  • Trek plastic handschoenen en een wegwerpoveral aan.

Ben je klaar met maaien? Stop de veiligheidsmaterialen in een plastic zak. Knoop de zak dicht en gooi deze weg in de container.

Worden de klachten heftiger als je vaker in contact komt met de haren van rups? Klopt dat?

Ja, vaak worden de klachten heftiger als je vaker in aanraking komt met de brandharen van de eikenprocessierups.

Ik denk dat er haren zitten op mijn tuinmeubels. Hoe verwijder ik de brandharen?

Spoel de haren weg met een zachte straal water uit de tuinslang of met een gietertje. Voer het water af via het afvoerputje.

Ik denk dat er haren zitten in mijn zwembadje. Hoe verwijder ik de brandharen?

Gooi het water weg. Voer het water af via het afvoerputje.

Vul het badje met nieuw water. Zorg met een zeiltje dat er geen nieuwe haren in het badje komen.

Ik wil een nest in mijn tuin verwijderen. Kan dat?

Ga niet zelf de rupsen bestrijden. Er is een grote kans dat je gezondheidsklachten krijgt als je het zelf doet. Daarnaast verspreid je de brandharen naar de omgeving. Laat nesten in je tuin verwijderen door een deskundig bedrijf.

De eikenprocessierups heeft natuurlijke vijanden. Bijvoorbeeld koolmezen en pimpelmezen, zij eten de rupsen. Nodig de meesjes uit in je tuin: hang vogelhuisjes voor ze op!

Als seks je werk is

If sex is your work…
Wenn sex ihr beruf ist
Si el sexo es su trabajo

Veel gestelde vragen JV monitor

Wat is de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen?

De Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen is een online vragenlijstonderzoek naar gezondheid, welzijn en leefstijl van jongvolwassenen van 16 tot en met 25 jaar in de regio Noord- en Oost-Gelderland. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in opdracht van de 22 gemeenten in de regio Noord- en Oost-Gelderland.  

Waarom een Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen?

Gemeenten hebben in toenemende mate behoefte aan (gezondheids)informatie over adolescenten en jongvolwassenen in de leeftijd van 16-25 jaar. Deze doelgroep kan met de huidige monitoringsstructuur niet goed in kaart worden gebracht, terwijl het wel een levensfase betreft waarin van alles gebeurt. Bovendien zijn gemeenten op een aantal beleidsterreinen zeer actief voor deze leeftijdsgroep (bijvoorbeeld scholing, arbeid, horeca, sportfaciliteiten en zorg). Met de informatie uit dit onderzoek kunnen gemeenten hun beleid beter afstemmen op de doelgroep.  

Wie voer de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen uit? 

GGD Noord- en Oost-Gelderland voert dit onderzoek uit.  

Mag ik meedoen aan de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen?  

Iedereen van 16 tot en met 25 jaar die in één van de 22 deelnemende gemeenten in regio Noord- en Oost-Gelderland woont kan mee doen aan het onderzoek. In het kaartje hieronder zie je om welke gemeenten het gaat.  

Hoe kan ik meedoen aan de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen? 

Meedoen is heel simpel. Ga in de periode 15 september tot en met december naar: www.ggdnog.nl/jvmonitor  

Waarom is het belangrijk dat zoveel mogelijk jongvolwassenen meedoen aan de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen? 

Om een betrouwbaar beeld te krijgen van de gezondheid en leefstijl van alle jongvolwassenen is het belangrijk dat zoveel mogelijk jongvolwassenen meedoen. Wanneer er te weinig jongeren meedoen dan ontbreken gegevens en dat kan leiden tot een vertekening van de resultaten. Hierdoor zijn de uitkomsten van het onderzoek niet betrouwbaar.  

Waar gaat de vragenlijst over? 

In de vragenlijst komen een heleboel verschillende onderwerpen aan bod, zoals: leefstijl (bewegen, voeding, gehoorschade), gezondheid en welzijn (geluk, weerbaarheid), middelengebruik (roken, alcohol, drugs), seksualiteit (veilig vrijen, SOA, sexting), financiën (schulden), sociale omgeving (mantelzorg, social media, gamen) en een aantal achtergrondgegevens (leeftijd, geslacht, 4 cijfers postcode, thuissituatie, opleiding, werk). 

Waarom worden er zoveel vragen gesteld? 

In de vragenlijst worden veel verschillende vragen gesteld, omdat er veel verschillende factoren van invloed zijn op gezondheid en welzijn van jongvolwassenen. Door deze informatie kan worden gekeken welke gezondheidsproblemen, risicofactoren of risicogroepen bij jongvolwassenen extra aandacht nodig hebben.  

Hebben minderjarige jongeren toestemming nodig van hun ouders om mee te doen? 

Nee, vanaf 16 jaar mag je zelf beslissen of je meedoet aan een onderzoek. 

Moet ik nog ergens toestemming geven dat jullie mijn gegevens mogen verwerken? 

Door het invullen van de vragenlijst geef je toestemming dat wij jouw ingevulde gegevens mogen gebruiken voor ons onderzoek. Het opslaan en het gebruik van deze gegevens voldoen uiteraard aan de wettelijke regels (AVG). De resultaten in de rapportages zullen nooit te herleiden zijn naar de individuele personen die de vragenlijst hebben ingevuld.  

Wat heb ik er aan om deel te nemen aan de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen? 

Door het invullen van de vragenlijst help je de gemeente en regio waarin je woont. Je geeft immers informatie die voor gemeenten en de regio van belang is voor het maken van beleid en het ondernemen van actie voor hun jongvolwassen inwoners. Op termijn profiteer je daar dus zelf van!  

Ook maak je kans op het winnen van prijzenwinkans 1 op 10 op een bol.com cadeaukaart van 10 en onder de totale groep deelnemers worden 3 jbl speakers verlootBij deze verloting houden we ons aan de Gedragscode promotionele kansspelen 2014. Kijk ook op Spelregels.   

Worden er ook persoonsgegevens gevraagd? 

Het invullen van de vragenlijst is anoniem. Je naam of adres worden niet gevraagd. Het is dus niet te achterhalen wie de vragenlijst heeft ingevuld. Alleen het invullen van je leeftijd, geslacht en vier cijfers van je postcode is verplicht, zodat we de groep deelnemers kunnen beschrijven. Om kans te maken op de bol.com cadeaukaart en de jbl speaker kun je je e-mailadres op een aparte website invullen. Op die manier kunnen je antwoorden op de vragenlijst nooit gekoppeld worden aan je e-mailadres.  

Waar kan je naar toe met vragen over de onderwerpen die in de vragenlijst aan bod komen? 

Als je vragen hebt over één van de onderwerpen die aan bod is gekomen in de vragenlijst kun je voor meer informatie kijken op www.jouwggd.nl. Via deze website kun je ook (anoniem) chatten met een arts of verpleegkundige. Je kunt ook altijd bij je huisarts terecht met vragen.  

Hoe wordt er omgegaan met de gegevens van de deelnemers aan de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen? 

De antwoorden die je geeft zijn anoniem. Je e-mailadres kunnen we niet koppelen aan je gegeven antwoorden. De resultaten die gepubliceerd worden zijn nooit herleidbaar naar 1 persoon. In dit onderzoek is de privacy van deelnemers gewaarborgd, zoals vastgelegd in de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Medewerkers van de GGD zijn verplicht zich te houden aan alle geldende wettelijke regelgeving omtrent privacy. Zie hier de privacy verklaring. 

Voor dit onderzoek is een Data Protection Impact Assessment opgesteld. Deze is op te vragen via Marije van Doorn m.vandoorn@ggdnog.nl. 

Alle geregistreerde onderzoeksgegevens worden bewaard volgens de wettelijke richtlijnen. Dit betekent dat de onderzoeksgegevens worden bewaard zolang redelijkerwijs voorzienbaar is dat zij voor een gezondheidsonderzoek kunnen worden gebruikt.  

Worden er ook onderzoeksgegevens verstrekt aan andere instellingen of organisaties? 

Op verzoek kan GGD Noord- en Oost-Gelderland gegevens verstrekken aan derden voor secundair gebruik. Hierbij worden de onderzoeksgegevens wel altijd gebruikt voor onderzoeksdoeleinden. De GGD houdt zich hierbij aan de hiervoor vastgestelde wetgeving en interne richtlijnen. De GGD verstrekt geen onderzoeksgegevens aan commerciële bureaus, verzekeringsbedrijven etc. E-mailadressen worden nooit verstrekt aan derden.  

Wanneer zijn de resultaten bekend? 

De verwachting is dat de resultaten in het voorjaar 2020 bekend zijn. De resultaten zijn openbaar en worden onder andere gepubliceerd op het Kompas Volksgezondheid Noord- en Oost-Gelderland, www.kvnog en verspreid via social media.  

 

Wat gebeurt er met de resultaten? 

De resultaten van het onderzoek worden door alle gemeenten in de regio gebruikt om plannen en beleid af te stemmen op de gezondheidsproblemen, risicogroepen en de behoeften van inwoners van 16 tot en met 25 jaar. Door de resultaten te vergelijken met de resultaten van de Gezondheidsmonitor Jeugd (2e en 4e klassers) en de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen (18+) ontstaat een (algemeen) beeld van een groot deel van de bevolking in de regio. Naast de algemene regio- en gemeenterapporten zullen er op basis van de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen ook themarapporten worden gepubliceerd. In deze themarapporten zal dieper ingegaan worden op bepaalde thema’s. De onderzoeksresultaten in deze themarapporten zullen alleen op regioniveau gepubliceerd worden.   

Meedoen aan het GGD panel NOG beter weten? 

Deelnemers van 18 jaar en ouder kunnen aan het einde van de vragenlijst aangeven of ze vrijblijvend mee willen doen aan het gezondheidspanel van de GGD. Panelleden ontvangen ongeveer 4 per jaar een korte vragenlijst over een onderwerp op het gebied van gezondheid en maken kans op een VVV-bon van 25. Deelnemers die hier interesse in hebben kunnen hun e-mailadres registreren via: www.ggdnog.nl/panel. Zij ontvangen dan een uitleg over en een uitnodiging voor het panel. De registratie staat los van de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen.

Waar kan ik terecht voor meer informatie? 

Voor vragen en overige informatie kun je contact opnemen met de onderzoeker Marije van Doorn- van Atten (M.vanDoorn@ggdnog.nl  

Word ook lid van het Panel 'NOG beter weten'!

Laat je mening vaker horen en maak kans op een VVV-bon van €25,-. Panelleden ontvangen ongeveer 4 keer per jaar een korte vragenlijst over een onderwerp op het gebied van gezondheid.