Bof

Bof wordt veroorzaakt door het bofvirus. Het is een besmettelijke ziekte. Mensen die besmet zijn met het bofvirus ontwikkelen vaak een ontsteking van de speekselklier bij het oor, maar de ontsteking kan ook zonder verschijnselen verlopen. Mensen kunnen elkaar besmetten door hoesten en niezen. Heel soms ontstaat er ontsteking van de alvleesklier, eenzijdige doofheid, reuma of ontsteking van de inwendige geslachtsorganen.  
Over het algemeen worden mensen niet heel ernstig ziek. In een enkel geval kan de ziekte ernstiger verlopen.

Meestal verloopt de bof mild. Meer dan de helft van de kinderen onder de 2 jaar krijgt zelfs geen klachten. Neem contact op met de huisarts als je denkt dat jij/je kind bof heeft. Veelvoorkomende klachten bij bof:  

  • De klachten beginnen meestal met koorts.
  • Vaak pijn in of achter het oor, vooral bij het kauwen en slikken.
  • Droge mond.
  • Soms hoofdpijn en spierpijn.
  • Typisch voor de bof is een ontsteking van de speekselklieren. Je krijgt dan aan één of beide kanten een dikke wang. 

Het bofvirus verspreidt zich gemakkelijk van mens tot mens. Iemand met de bof kan door niezen en hoesten iemand anders besmetten. Ook via handen of bijvoorbeeld speelgoed kan het virus zich verspreiden. Als je besmet bent, kan het 2 tot 3 weken duren voordat je ziek wordt. Je kunt al anderen besmetten voordat je ziek wordt.

Baby's tussen de 6 en 14 maanden oud en mensen die niet zijn ingeënt tegen de bof en de ziekte nog niet hebben gehad, hebben meer kans om ziek te worden. 
 
De meeste kinderen in Nederland zijn tegen de bof ingeënt. Deze inentingen beschermen niet voor 100%. Ook volwassen kunnen de bof krijgen. Zelfs als ze zijn ingeënt. Die kans is echter klein. Bij gevaccineerde mensen zijn de ziekteverschijnselen wel veel milder. Als je eenmaal de bof hebt gehad, is de kans heel klein dat je het nog een keer krijgt. Het verloopt dan nooit ernstig. 

Met een vaccinatie kun je voorkomen dat je de bof krijgt. In Nederland kunnen kinderen van 14 maanden en 9 jaar een vaccinatie tegen de bof krijgen. Dat gaat via het Rijksvaccinatieprogramma. Vaccinatie kan niet helemaal voorkomen dat iemand de bof krijgt. Wel verkleint het de kans dat iemand erg ziek wordt. 

Er is geen behandeling voor de bof. Als je het hebt moet je lichaam het virus zelf opruimen. Als het nodig is kun je pijnstillers, bijvoorbeeld paracetamol, nemen tegen de pijn. 

Voelt een kind zich goed? Dan kan het gewoon naar de kinderopvang of school. De bof is al besmettelijk voordat iemand klachten krijgt. Thuisblijven helpt niet om te voorkomen dat anderen ziek worden. 

Heeft een kind de bof? Vertel het dan aan de pedagogisch medewerker of de leerkracht. Zij kunnen in overleg met de GGD andere ouders informeren. Ouders kunnen dan letten op klachten van de bof bij hun kind. 

Voelt een volwassene met de bof zich goed? Dan kan diegene weer naar het werk. Werk je in de zorg of met kleine kinderen? Overleg dan eerst met je werkgever, de bedrijfsarts of de GGD voor je weer gaat werken. 

Meer weten of vragen?

Wil je meer weten of wil je een vaccinatie tegen de bof? Neem dan contact op met de afdeling infectieziektebestrijding van GGD Noord- en Oost-Gelderland. Dat kan via telefoon: 088 443 33 55, of e-mail: infectieziekten@ggdnog.nl

Vaccineren tegen bof

Het bofvaccin zit samen met het mazelen- en rodehondvaccin verwerkt in het BMR (bof, mazelen en rodehond)-vaccin. Het BMR-vaccin wordt gegeven in het Rijksvaccinatieprogramma op de leeftijd van 14 maanden en 9 jaar.

Website van het Rijksvaccinatieprogramma Open externe link in nieuw tabblad Verdiepende informatie over bof Open externe link in nieuw tabblad

Informatie voor professionals

Informatie voor zorgprofessionals over de bof, zoals LCI (landelijke coördinatie infectieziektebestrijding)-richtlijn en diagnostiek bofvirus. 

Lees verder Open externe link in nieuw tabblad